Fietsverhalen vol vulkanen
Op 16 april wordt het toch eens tijd om de stoute fietsschoenen aan te
trekken. Stout als in dapper en, uhh, in ons geval wandelschoenen. Bijna
een maand na onze aankomst worden we door het zorgzame en sympathieke team
van Casa CarpeDM
uitgezwaaid en vertrekken we richting de bekendste
vulkaan van Ecuador: de Cotopaxi, een van de hoogste en nog actieve vulkanen
ter wereld: 5897 m hoog en sinds eind 2023 de veroorzaker van 8000
aardbevingen (zo’n 1600 per maand).
Maar dit in een land waar de uitdrukking “best wat vulkanen” grenst aan een
ernstige vorm van realiteit onkennende understatement, getuige het
bijgevoegde plaatje en uiteraard de titel van deze aflevering.
Een aantal indrukwekkende aardverschuivingen die we onderweg tegenkomen zijn
mogelijk ook getuigen, of het gevolg van een ander natuur gegeven: een
uitbundig regen seizoen.
Gelukkig voor ons inniddels vakkundig hersteld, hebben we al eens een
schuine blik laten vallen op de officiële site van de overheid met een lijst
van geheel of gedeeltelijk geblokkeerde wegen. Niet erg behulpzaam daarbij
is het ontbreken van weg nummers.
Quito uit
Vrijwel elke grote stad uit fietsen is een ellendige onderneming. Na wat
wikken en wegen en raadplegen van de locals hebben we een route gemaakt die
de ergste hellingen en de minder fijne zuidelijke wijken zou moeten
ontwijken.
Na het verlaten van het historisch centrum moeten we een stukje over de
autopista, lees: snelweg. Ondanks onze timing om de ochtendspits te
vermijden, zwoegen we bergop (ook een spits), happend naar adem tussen het
brullende en uitlaatgassen spuwende toch drukke verkeer. We moeten onze
“bergbenen” nog trainen, en we zijn opnieuw nog niet helemaal aangepast aan
de 2800m hoogte waarop Quito ligt.
De zeven kilometer autopista voelen langer aan, maar dan slaan we toch een
kleinere en rustiger weg in. Met enig gevoel voor wrange humor stuurt het
lot (vooruit, onze eigen route) ons alsnog over hele steile hellingen. Na
bijkans terug te rollen weet de GPS te vertellen dat we op een gegeven
moment een helling van 18% op aan het kruipen zijn. Het motto lijkt: zolang
een berggeit omhoog kan, gaan we geen verharding verspillen aan, laten we
zeggen, een haarspeldbocht. Gewoon rechtdoor de berg op, prima.
Na de stad uitgeklommen te zijn, denderen we omlaag de “vallei” in waar we
belanden in Sangolquí, een aardig voorstadje van Quito. Tussen zichzelf
klemrijdend blik manouvreren we langs marktjes en straatverkopers en nemen
plaats op het charmante centrale plein voor een pauze.
Na nog meer steile wegen te hebben gedecoreerd met onze transpiratie,
strijken we na 33 km moe neer op een heuse Glamping.
De overnachting is
inclusief uitzicht op een vulkaan, ontbijt, het voeren van alfa alfa aan
lama’s, en eventueel aansluitend verschrompelen in een hottub. Dat laatste
laten we voor wat het is vanwege: avondrood brengt bakken regen in de sloot.
We volgen het goede voorbeeld van de lama’s en concentreren ons op voedsel.
We kiezen een iets gevarieerdere maaltijd dan een hand alfa alfa, en noemen
het een dag.
Op naar Cotapaxi nationaal park
De volgende dag blijkt een nog veel zwaardere etappe. De route bestaat uit de door veel fietsers vervloekte Ecuadoriaanse kasseien. Vergeleken hiermee zijn de ouderwetse Nederlandse kinderkopjes een comfertabel wegdek. Wederom zijn de wegen aangelegd door de firma Geit & Pakezel, veel hellingen zijn steiler dan 10%. Een zeldzaam stuk gravel voelt aan als asfalt.
Exotische dieren naast een vals plat stuk kasseien, net genoeg adem voor een foto
Na 17km ploegen vinden we naast een rivier een mooie kampeerspot voor wildkamperen.
In de omgeving zijn met recht veel wandelingen uitgezet. Een zeer korte
wandeling toont prachtige natuur. Het koken lijkt op een fiasco uit te
lopen, omdat beide nieuw gekochte aanstekers weigeren. Boven aan de weg was
ooit een restaurant, maar restaurant en omliggend terrein is nu in gebruik
door bouwvakkers die bezig zijn de weg te ontdoen van kasseien en daarmee
drastisch te verbeteren. Elma vraagt de twee dames die het restaurant
bestieren om “fuego”, en krijgt gelukkig een pakje lucifers in plaats van
een verwijzing naar een vulkaan.
Mooie natuur en wandelingen in de buurt
Na een goede nachtrust in ons tentje, breekt de volgende dag aan en -heel fijn - we kunnen een stuk over gravel in plaats van kasseien. Nooit te vroeg juichen, een stuk van de weg wordt geheel correct aangeduid als alleen geschikt voor 4WD verkeer. We ploeteren door rul vulkaanzand en tot glibberige klei verreden stukken. We worden daarin ingehaald door in traditioneel gestoken kleding berijders te paard, ze doen denken aan cowboys. We kunnen concluderen dat een HP/PK duidelijk meer waard is dan een mens op een vol bepakte fiets in deze contreien. Tijdens het fietsen hebben we zicht op een aantal verlegen vulkanen: de toppen zijn verstopt in witte wolken. Het landschap is echter alle moeite waard.
Bij het naderen van de noordelijke ingang van het Nationaal Park Cotopaxi worden een drietal motorrijders de toegang bij de poort geweigerd. Wij vrezen het ergste, maar gelukkig mogen wij fietsers na het tonen van ons paspoort het park in.
Cotopaxi Nationaal Park - noord ingang
De vulkaanzand/gravelweg door het pak slingert mooi over een vlakte, met uitzicht op de indrukwekkende iconische Cotapaxi vulkaan. Omdat we langzaam, maar wel heel dichtbij komen, vangen we onder de bewolking door een blik op van de gehele vulkaan, besneeuwde top en al. Bij een lodge in het park lunchen we met een bord spagetti plus een groot glas versgeperst fruit. De vruchtdranken in Ecuador zijn tot nu toe erg lekker en ook deze stelt niet teleur. De niet eerder geproefde fris zure gele tomaat werkt smakelijk dorstlessend. We laten het oorspronkelijke plan varen om in het park op een camping te overnachten. Op de camping is geen sanitair en het stroomt al behoorlijk vol met lokale bevolking. Het weekend staat voor de deur, en achter de deur wacht de Latijns/Zuid Amerikaanse voorliefde voor heel harde muziek. We ruilen een Levendig Gebeuren toch maar liever in voor wat nachtrust (en een douche !). We vallen 19 km bergafwaarts het eerste dorp in buiten het park. We boeken een nacht in een mooi hostel met zeer vriendelijk personeel, en als bonus uitzicht op de Cotopaxi.
De volgende morgen toont de Cotapaxi zich in alle glorie. We rennen tijdens
het ontbijt zeker vier keer naar buiten om foto’s te maken.
Getuige de titel foto van dit verhaal.
Quilotoa
Fietsen is een reisvorm die niet zozeer van attractie naar attractie hopt. De uitzichten onderweg, de ontmoetingen en ervaringen door het langzame reizen zijn een bestemming op zich. Dat wil niet zeggen dat attracties overgeslagen worden. Daarom stellen we ons als volgend doel om de Quilotoa laguna te bezoeken. De laguna ligt op bijna 3900m hoogte en we starten vanaf 2800m. We denken twee overnachtingen nodig te hebben om er te komen, maar overtreffen onze eigen verwachtingen door met een tussenstop in Sigchos in twee dagen Quilotoa te bereiken. Het zijn weer twee zware fietsdagen, zeker het laatste stuk met een paar lange 14% hellingen (met wederom dank aan de firma Geit & Pakezel). Ter compensatie zit de route vol met zeer spectaculaire uitzichten op het gebergte van de Andes en op diepe slingerende kloven en valleien.
In Quilotoa boeken we twee nachten in een hostel, elke avond wordt het knusse kamertje met het aansteken van een houtkacheltje, omgetoverd in een soort sauna.
Onze “rustdag” vullen we in met een 12km wandeling over de kraterrand. Het smalle pad heeft af en toe meer weg van een geitenpad, en in enkele gevallen klimmen we op handen en voeten omhoog. De vijf uur durende wandeling biedt adembenemende uitzichten op het uitbundig gekleurde turqoise meer en een fantastische 360 graden blik op alle omringende bergen.
Wandeling langs de Quilotoa Laguna krater rand
Rondje Chimborazo vulkaan via Pujili en Ambato
Vanaf dit letterlijk en figuurlijke hoogtepunt fietsen we de volgende dag naar beneden. Dat wil zeggen, we zwoegen omhoog, vallen een vallei in, en zwoegen weer omhoog om weer een vallei in te vallen. Uiteindelijk komen we op een soort desolaat ogende hoogvlakte. De GPS weet ons te vertellen dat we net boven de 4000m uit zijn gestegen. Vanaf daar voert een spectaculaire afdaling met immense uitzichten over vulkanen naar een vallei en het stadje Pujili.
Een ingelast excuus voor de superlatieven, maar deze zijn absoluut van toepassing. Al het zware trappen door de Andes levert een uitbundig aantal beloningen op aan door ons niet eerder aanschouwde berggrandeur.
Van Pujili hadden we niet veel verwacht, maar dit blijkt een alleraardigst stadje te zijn, met een gezellig parkje waar de bomen en straten versierd zijn met lichtjes en muurschilderingen. En zowaar een miniscuul voetgangersgebied, een uitzondering in een land waar het autoblik regeert.
Bijna iedereen die fietsend, met de auto of wandelend de Chimborazo vulkaan wil zien, gaat via Ambato, wij dus ook. De 40km van Pujili naar Ambato voert door glooiend landbouw gebied. Denk bij glooiend hier niet aan aangenaam doezelende heuvels, ook hier moet af en toe een absurd steile helling overwonnen worden. Desalniettemin arriveren we al tegen 13 uur bij het beoogde hotel. Hoewel kleiner dan bijvoorbeeld Groningen, vallen we van bovenaf door rommelige buitenwijken in een groot ogende chaotische, vieze en stinkende stad. Inmiddels voldoen wij ook aan dit beeld, en waarderen we de geboden wasserettes. Gehypnotiseerd kijkende naar het ronddraaiende wasgoed, wachten we op schonere tijden. Ambato kan mogelijk weinig doen aan het mindere beeld: de stad is meermaals door aardbevingen verwoest en weer opgebouwd. Na een nachtje in een net hostel, fietsen we de volgende dag door een iets beminnenlijk deel binnenstad gedeelte en stellen we ons sombere beeld van deze stad een beetje bij.
We gaan een omtrekkende beweging maken rond de Chimborazo vulkaan. Vanuit Ambato beginnen we met een mooie klim door een prachtige kloof gevormd door de Ambato rivier die nu eens in de diepte stroomt en dan weer op fietshoogte als we over smalle bruggetjes de rivier oversteken. De weg is op sommige punten niet breder dan een voertuig, met her en der overhangende stukken rotspartij.
Als we uit de kloof zijn geklommen, stijgen we verder door een bergachtig akkerland. Op ongeveer de helft van de klim naar de vulkaan zoeken we een plekje voor de nacht. We mogen we wildkamperen naast natuurlijke warmwaterbronnen. We mogen gebruik maken van de baden, de toiletten en voor de liefhebber, de koude douches. Alleen lokale bezoekers maken gebruik van deze baden en het is duidelijk dat de clientele zelden buitenlandse bezoekers telt.
We slapen comfortabel warm in ons tentje, maar ‘s morgens ligt er rijp op het tentdoek en is het gras bevroren. Het duurt echter niet lang voor de warmte terugkeert, en we vertrekken in t-shirt.
Achter een aantal bergruggen piept de top van de besneeuwde vulkaan, de Chimborazo, afgetekend tegen een blauwe lucht. Helaas wordt het weer slechter als we boven de 4000m komen. De vulkaan hult zich daardoor steeds meer in wolken. We rijden nu over een wijdse desolate hoogvlakte. Het heeft iets weg van Centraal Azie, maar in tegenstelling tot de kale rots- en zand landschappen kijken we uit over een tot de horizon strekkende golvende toendra.
De vulkaan torent met 6263 meter hoogte nog steeds hoog boven ons uit. Gemeten vanaf het middelpunt van de aarde zou dit de hoogste berg ter wereld zijn.
De weg eindigt aan de horizon en we kruipen langzaam dichterbij. Ondanks de bewolking is het uitzicht op de Chimborazo indrukwekkend. Wanneer de punt op de horizon onze huidige locatie is geworden, slaan we af, en vervolgen ons rondje rond de vulkaan over een slechter wegdek. Het weer betrekt verder en we zijn genoodzaakt om de regenkleding aan te trekken. Op 4400m hoogte geselt een hagelbui onze gezichten. Desondanks spotten we op de flanken van de vulkaan sneeuw en gletschers. Gelukkig hebben we de handschoenen niet voor niets meegenomen, want tijdens de afdaling die volgt zijn die hoogstnodig.
We stoppen in een, wegens laag seizoen, enigzins verlaten ogend gehucht. Een tweetal backbackers verwijst ons naar een overnachtingmogelijkheid die wel open is. Lichtelijk verkleumd checken we daar in en eten bij het haardvuur in de gezamenlijke ruimte een avondmaaltijd.
De enige ander overgebleven gasten zijn een stel andere Nederlanders, in een camper. We praten bij over de reis, over de fietsen en hun camper waarin ze sinds 2024 reizen.
We hopen gezamenlijk de volgende dag op opklaringen, zodat de Chimborazo goed zichtbaar is, maar helaas is bij het ontwaken alles nog gehuld in het grijzige licht van de laaghangende bewolking.
Baños de Agua Santa
(de WC van de waterige kerstman)
Hierop besluiten we om de uitdaging aan te gaan en in een ruk af te dalen naar Baños, daarbij de stad Riobamba overslaande als mogelijke tussenstop. Dat is een rit van 90km die grotendeels af zou moeten dalen. Maar in deze regionen is dat zelden een garantie voor een jubelende ontspannen rit. De praktijk wijst dan ook uit dat we weliswaar met een flinke afdaling starten, maar dat we om te beginnen alle aandacht nodig hebben voor het slechte wegdek en daarna regelmatig tussentijdse beklimmingen onder de wielen krijgen. We rijden door armoedige bebouwde zones, en voor het binnenrijden van Riobamba ervaren we wat het is om over de Pan American Highway te rijden. Een vrij gruwelijke ervaring, voor ons gelukkig geheel bergaf. In Riobamba doen we op de fiets wat sight seeing, en eten een stuk taart in een parkje.
Bijgetankt met suikers vervolgen we de rit naar Baños. De weg is druk, maar de uitzichten worden steeds spectaculairder. Hoge bergketens rijzen rondom ons op en verdwijnen als een soort coulisse landschap in de verte. De laatste etappe van 20km voert over een stuk onverharde weg. We ploegen ons over wasbordribbels, kuilen, keien, rul vulkaanzand en steile tot erg steile hellingen. Tot onze verbazing rijdt er, ondanks een iets langer asfalt alternatief, vrij veel verkeer over deze slechte weg. Inclusief touringcarbussen en flinke vrachtwagens.
Een terzijde: sinds de start van ons fietsen verbazen we ons al over de hoeveelheid bussen. Het lijkt wel of 1 op de 10 Ecuadorianen een busmaatschappij heeft, of er voor werkt. En de bussen komen werkelijk overal en rijden zeer frequent.
Weer op asfalt gekomen mengen we ons in een waar circus van druk verkeer wat
zich wurmt door een lint van eettentjes en allerlei andere enthousiast naar
het verkeer lonkende kleine ondernemingen. Ondanks de observatie van eerder
ontmoette mensen dat Baños een “tourist trap” is, hadden we dit niet
verwacht. Gelukkig blijkt het dorp zelf stukken rustiger zijn.
Inmiddels zijn we in hoogte gezakt naar circa 1900m en dat merk je aan het
klimaat: warm en vochtig.
Het ontbreekt niet aan tourisme en hordes aanbiedingen voor adreline spuiende activiteiten plus een scala aan andere tours, maar we kunnen met gerust hart hier een paar rustdagen doorbrengen, voor we onze tocht zuidwaarts hervatten door de meer jungle-georienteerde setting.
Voor de adreline junkie is er veel te doen in Baños, zoals raften, hiken, bungee jumpen, rond karren in buggies of quads, om een paar activiteiten te noemen.
In Baños doen wij weinig. We hebben een lekker grote kamer geboekt met een heel groot bed en een fantastische douche. We besluiten hier drie nachten te blijven.
De 16km lange Ruta las Cascades om watervallen te kijken lijkt ons wel wat.
Deze route kan worden afgelegd in een open bus met bankjes en (uiteraard)
oorverdovende muziek, veel lampjes, het liefst knipperend en in alle kleuren
en… Op de fiets. Wij kiezen voor de laatste optie, maar niet met onze
eigen fietsen. Het idee is namelijk dat je de route bergaf fietst en daarna
de fiets in de klaarstaande truck mikt en je terug laat brengen naar Baños.
We huren een mountainbike om eventuele schade aan onze fietsen te voorkomen. Dit blijkt ook een puntje van zorg te zijn bij de fietsverhuur, want op alle mountainbikes zijn delen van oude buitenbanden gemonteerd om met name de kabels te beschermen: wat een goed idee! Onze fietsen zijn inmiddels ook voorzien van delen van buitenbanden, wel zo veilig :)
Onze Ruta las Cascades maken we niet helemaal af vanwege een weersomslag waarbij heel veel regen valt. We wachten op een van de trucks in een bushalte en laten ons 4 km voor het einde oppikken om terug gebracht te worden, het is tenslotte een rustdag, vandaag wordt niet afgezien :)
Daarbij gaat onze eigen route ook langs alle watervallen en ze blijken ook allemaal vanaf de weg te zien te zijn, overmorgen dus nog een kans. We sluiten de dag op een dakterras af, in backpackerstijl, met pizza en bier
Baños: waterval route en cable car
De volgende dag schrijven we deze blog. We doen boodschapjes voor onderweg: chocolade, toffees en bananen, checken de eerste secties van de route en pakken onze tassen vast in. Morgen gaan we weer verder, dan richting Puyo en Macas, met tijdelijk doel de stad Cuenca.
Foto’s
Waarom steekt een ezel de rivier over ?
Naar Cotopaxi Nationaal Park: vulkaan
Naar Cotopaxi Nationaal Park: vulkaan, toch ?
Nee hoor, Sigchos is nog 8km omhoog klimmen
Een aardverschuiving op weg naar Quilotoa
Op weg naar Quilotoa: vulkanen
Wandeling langs de Quilotoa Laguna krater rand
Uitzicht op de omringende bergen tijdens wandeling langs de Quilotoa Laguna krater rand
Uitzicht op de omringende bergen tijdens wandeling langs de Quilotoa Laguna krater rand





































