Negeren we de rust dagen in Baños, dan zijn we in drie fietsdagen van op een berg bibberend in de hagel, beland in de jungle. Fascinerend.
“Met de auto, 2 uur”
De beste hospedaje eigenaar in Puyo steekt zijn in strak aangespannen
overhemd gestoken buik nog eens wat verder vooruit, tuit zijn lippen en
vervolgt zijn overpeinzing:
“Met de fiets, 130km, 1 dag”.
Veel gemotoriseerden kunnen naar onze ervaring door de jaren heen
blijkbaar niet de aandrang onderdrukken om een prognose uit te dragen over
de op handen zijnde route. Inmiddels beschouwen we dit inwendig met enig
amusement. Een ander veel gehoorde opmerking “grotendeels vlak”, inmiddels ook een
Google Maps cliche (mostly flat !).
In een echt vlakke omgeving is een dagrit van 130km op een vol beladen
tourfiets een lovenswaardige prestatie. Zodra het berg- of heuvelachtig
wordt, verhuizen dit soort dagafstanden al snel naar fabeltjesland.
Zeker, rekenkundig bezien resulteert 925 meters omhoog trappen en 950 meters
omlaag suizen in 25 meter dalen. Of over het geheel genomen: bijna plat.
Gelukkig hebben we geen haast en wordt alle inspanning vaak beloond met
prachtige uitzichten. Met de fiets kunnen we stoppen wanneer we willen, of
moeten, om op adem te komen, en rustig aanschouwen waar we langzaam
doorheen reizen.
Maar laten we oppakken waar we vorige keer zijn gestopt:
Puyo
Op 29 april vertrekken we uit onze fijne hotelkamer in Baños.
We hebben uitgerust, een biertje gedronken in rooftop bars en lekker
gegeten, maar nu is het afgelopen met het niets doen, we gaan weer fietsen.
Onze route gaat door het grensgebied tussen de Andes en de Amazone.
Het eerste deel van de route gaat langs de Ruta de las Cascadas. Vandaag is het stralend weer, veel beter dan eergisteren toen we dezelfde route op onze gehuurde mountainbikes hebben afgelegd.
Stuk oude weg, meestal om een tunnel te ontwijken op de hoofdweg
Achter een ‘waterval’ langs fietsen
Toen zijn we niet tot het eindpunt El Diablo gekomen, nu wel. El Diablo geldt als de mooiste waterval van Ecuador en is de op twee na grootste van het land. El Diablo is ook de enige waterval langs de route die niet van de weg te zien is en waarvoor entree moet worden betaald. Wij vragen de dame aan de kassa of we onze fietsen binnen de entree mogen parkeren en krijgen een mooie veilig plekje in de tuin aangewezen. Fijn !
Video: Filmpje El Pailón del Diablo waterval
El Diablo blijkt een bezoek meer dan waard. Na alle paadjes en hangbruggen te hebben gelopen en vele foto’s te hebben genomen, fietsen we verder richting Puyo, de eerste overnachting op de route. De weg gaat voornamelijk bergaf. Uiteraard met af een toe toch een pittig klimmetje, anders zou het Ecuador niet zijn !
We fietsen door een prachtige kloof. Onderin stroomt de rivier en de groene hellingen rijzen direct van het wegdek de hoogte in. De temperatuur is flink gestegen en af en toe plenst het: welkom in de jungle, welkom in het regenseizoen :-)
In Puyo melden we ons op basis van de reviews op internet bij Casa Hospedaje
Puyo. We krijgen een kamer met keuken en douche voor $16 per nacht. Koopje.
In het centrum doen we de boodschappen voor het avondeten en het ontbijt, en
eten we een Helado con Queso, jazeker: ijs met kaas. En dat is ook precies
wat we aangereikt krijgen: schepijs met room en geraspte kaas - en dat blijkt erg
lekker !
In de “eigen” keuken koken en eten we een potje spaghetti, morgen in alle rust na het ontbijt op weg richting Macas.
Macas
De fietstocht naar Macas gaat nog een stukje bergaf. Dat schiet lekker op.
Maar Ecuador zou Ecuador niet zijn als er niet geklommen hoeft te worden.
De wegen hier gaan: berg op, berg af, bruggetje over, berg op, berg af,
bruggetje over, berg op… enzovoort. Omhoog gaan we in slakkengang in het
kleinste verzet, naar beneden gaat het heel veel sneller. Maar ter compensatie:
We fietsen langs de rand van de Amazone, wie had dat ooit gedacht !
Vanaf de net iets hoger aangelegde weg worden we getrakteerd op
spectaculaire uitzichten over het regenwoud: eindeloos tot de horizon
reikende golvende heuvels begroeid met jungle.
We reizen langzaam, maar zelfs dan valt op hoe we in korte tijd door verschillende natuur en bebouwing trekken. De echt hoge bergen vallen langzaam weg en langs de weg staan veel eenvoudige huizen opgetrokken uit hout.
Tijdens onze eerste etappe viel het op hoe snel buiten Quito veel mensen in traditionele kleding rondlopen. Dat lijkt een Andes fenomeen te zijn. We komen nu op gebouwen trotse schilderingen tegen refererend aan de Amazone “roots”, maar vrijwel iedereen valt qua kleding niet uit de toon in vergelijking tot een gemiddelde Europese stad.
Enig voorbereidend onderzoek wees al op een gebrek aan overnachtingsmogelijkheden tussen Puyo en Macas. Ondanks welgemeend “advies” is de afstand van 130 km toch echt te lang om in een dag te overbruggen. Rond de 77km zitten we, schuilend voor de bakkende zon in de schaduw, met de rug tegen een gebouwtje, en besluiten we om te vragen of we ergens ons tentje op mogen zetten.
Van Puyo naar Macas: kamperen bij de boer
Bij een kleine boerderij vragen we het aan
de dame des huizes en zij geeft aan dat we onze tent op hun erf mogen
opzetten. Zij moet het even aan haar man vragen, maar: ja prima, bienvenido
(welkom). Onder toeziend oog van het hele gezin, vader, moeder en drie
kinderen, zetten wij onze tent op tussen de eenden, honden, kippen, een
enorme haan en een miljoen bladmieren die ordentelijk langs marcheren. In
ons beste Spaans hebben we een geanimeerd gesprek met het gezin. We delen
snoepjes uit en we geven de oudste twee kinderen een stickervel met
boerderijdieren. De jongste in zes maanden en nog niet in ons geïnteresseerd.
Er komt nog een neef langs om ons te vertellen dat hij gids is en toeristen
en studenten meeneemt op meerdaagse excursies naar de inheemse stammen in de
buurt. Hutten bouwen, gezamenlijk traditioneel koken, overnachten in eigen
hut, enz. De trots op zijn afkomst straalt er vanaf. Het is ons niet
helemaal duidelijk of hij ons ook een tour wil verkopen of dat hij het
gewoon heel leuk vindt om te vertellen over en filmpjes te laten zien van
zijn community.
We gaan vroeg slapen en ’s nachts barst een tropische stortbui los. De
volgende ochtend is het even droog en als we onze tent inpakken, blijkt deze
volledig onder de klei en modder te zitten. Gelukkig is de watervoorraad
van het gezin groot na de regen vannacht. Ze hebben een opvangconstructie voor
regenwater waar we ons enigszins op kunnen frissen en de tent zo goed en
kwaad als het gaat wat proberen schoon te maken.
Het toilet is een klein buitengebouwtje, en moet tijdens de regen gedeeld
worden met een aldaar schuilende hond en kip.
Als we grotendeels zijn ingepakt hoost het weer. Nadat we met het gezin op de foto zijn geweest, vertrekken we in de regen richting Macas.
Van Puyo naar Macas: kamperen bij de boer
In Macas komen we zeiknat aan. Het is de hele dag blijven regenen en ook al
is de omgeving prachtig, we zijn blij als we er zijn. De tent en de matjes
waren al nat van vannacht en wij zijn inmiddels ook tot op het bot doorweekt.
Een zeer vriendelijke jongen aan de hotelbalie wil ons overal wel mee helpen
en zorgt ervoor dat onze fietsen in een opslaghokje kunnen worden
opgeborgen. We klimmen de drie verdiepingen op naar onze kamer en
hangen en spreiden onze natte zooi zo goed mogelijk uit.
De ramen zijn voorzien van Ikea rolgordijnen en met wat touwtjes knopen we onze buitentent aan de gordijnen in de veronderstelling dat het getinte ramen zijn, zodat je dit van de buitenkant niet ziet. Na een fijne douche en onze kleding gewisseld te hebben voor schone en droge varianten, worden we bij de balie tegengehouden door ons vriendelijke jongen. Hij legt ons geduldig en in het Spaans uit hoe rolgordijnen werken. Vanaf de buitenzijde van het hotel zie je onze tent voor het raam hangen en dat blijkt de indruk te hebben gewekt dat we het concept rolgordijn niet helemaal onder de knie hebben. We laten hem in de waan en bedanken voor de uitleg :-)
In Macas zijn we op zoek gegaan naar een fietsenmaker omdat er een tik is
verschenen in één van Alberts trappers. We vinden een heel aardig mannetje.
Hij heeft verschillende soorten pedalen en wij beloven morgenvroeg langs te
komen met onze fietsen.
Na een heerlijk bord macaroni met kaas (Elma) en een goeie lasagna (Albert),
gaan we slapen hopend op beter weer.
Mendez
De volgende morgen begint bewolkt en regenachtig. We pakken desondanks
alles op en vertrekken richting fietsenmaker. Uit een set nieuwe trappers
wordt de linker trapper vervangen en pakken we de rustige autoweg op naar
het zuiden.
Het drupt zo nu en dan, maar gelukkig komt er uit de bewolking niet opnieuw
een tropische bui. De bewolking zorgt voor een aangename temperatuur zonder
dat we geroosterd worden door de zon. De luchtvochtigheid is wel ongeveer
100%, hetgeen de inzet van regenkleding weinig succesvol maakt.
De geluiden van voor ons exotische vogels en andere dieren begeleiden onze voortgang. Zo nu en dan zien we de woest kolkende rivier die we min of meer volgen. Op een uitzichtspunt zien we de rivier langs rotswanden kronkelen, indrukwekkend.
De naam van vrijwel alle dorpen en steden staat in grote letters in het centrale park. In elk dorp is een centraal park, met bomen, bankjes en onderhouden groen, een ideale plek voor een lunch stop.
Lunch in het dorpje Logroño: met de kenmerkende letters
De dorpen ogen in deze regio wat verzorgder, soms voert het in- en uitrijden over een stuk bredere wegen, met in de middenberm palmbomen.
We lijken aardig op te schieten, totdat het landschap weer een wijziging ondergaat. We rijden naast het nationale park Sangay, en deze keer gaat de weg niet over bergen, maar valt wel telkens omlaag, naar een bruggetje, om vervolgens weer omhoog te klimmen en met een bocht om een een heuvel te gaan. En opnieuw, en opnieuw. Na 75km halen we het beoogde doel voor vandaag: Mendez.
Mendez, voluit Santiago Mendez, blijkt een rustig dorp, gelegen aan de Paute rivier, met uiteraard een centraal parkje met de naam van het dorp uitgespeld in grote letters. Het park hier is rond, in tegenstelling tot de meeste, die vierkant zijn. We tillen onze fietstassen naar de hotelkamer en kuieren wat door het dorp.
Limón
’s Morgens kijken we uit het raam en het hoost. We kijken elkaar wat vermoeid aan en lopen de opties na. Gisteravond hadden we besloten toch naar Limón Indanza te fietsen, daar te overnachten en dan via de bergweg in hopelijk twee dagen naar Gualaceo te fietsen, in de richting van Cuenca. De optie die we niet nemen omvat de 156km lange E40 naar het westen (ook over de bergen).
De keuze voor de route via Limón maakt dat we eerst 4,4km terug omhoog moeten fietsen naar de hoofdweg, en dan 45km op- en neer in de regen naar Limón. We blijken pal naast een taxi bedrijf te zitten, dat brengt de verleiding om de regen te ontduiken en een taxi naar Limón te nemen. Navraag leert ons dat de circa 50km rit $30 kost. We bezwijken voor die optie, het wordt een taxi voor vandaag.
Met de taxi van Mendez naar Limón
We hebben een heel aardige chauffeur. Onderweg vertellen we elkaar wetenswaardigheden over ons eigen land. De chauffeur heeft 10 jaar in New York gewoond en gewerkt, maar spreekt nauwelijks Engels. Ons Spaans is behoorlijk niveau basis. Toch hebben we leuke gesprekken over de platheid van Nederland (echt geen enkele berg? Niet eentje?), het eten, de kleuren van de euro biljetten, die anders dan de hier gebruikte Amerikaanse dollar, niet alleen maar groen zijn. Onze chauffeur verzucht dat het Ecuadoriaanse geld, voordat de saaie groene dollar hier werd geïntroduceerd, ook veel mooier en bont gekleurd was, getooid met foto’s van Ecuadoriaanse beroemdheden. Al keuvelend arriveren we begin van de middag in Limón.
Limón, daar zijn de letters weer
In tegenstelling tot alle weersverwachtigen en het weer die ochtend, blijkt
het onderweg grotendeels droog te zijn, met af en toe een stevige bui, en we
voelen ons toch een beetje softies vanwege het niet fietsen. Aan de andere
kant, de route stijgt en daalt uiteraard weer voortdurend, de rust is ook
welkom, en we krijgen met het uur meer praatjes dan vanmorgen :-)
In Limón zoeken we op ons gemak naar een leuk hostel en komen terecht bij
een heel aardige mevrouw, die Hostal Limón bestiert. Ze heeft een mooie,
bloemrijke binnenplaats en de fietsen kunnen in een lege en afsluitbare
ruimte. Het gedeelde toilet zit samen met koude douche om de hoek van onze
kamer, voor de warme douche moet je de binnenplaats even oversteken.
Binnenplaats met vele bloemen in het Limón hostel
Wij besteden de middag aan koffie en taart eten op een terrasje, en halen een ijsje tijdens het struinen door het dorp. Het is een mooi dorpje, met uiteraard weer het groene centrale plein met de letters, maar ook mooie muurschilderingen op alle blinde muren en een bijzondere kerk. Het is zondag en niemand heeft echt haast, behalve onze uitbaatster die alles op een drafje doet, ook al zeggen we elke keer dat wij geen haast hebben. Als we terugkomen van ons wandelingetje door het dorp vraagt ze wat we ervan vonden: muy bonito! Ze knikt trots, ze is blij dat wij dat ook vinden.
De rest van de middag spenderen we aan het starten van deze deze vierde blog.
Dan is dat maar vast geregeld. We gaan eten in Ñatos Smoke & Grill House.
Het staat met stip aangegeven op Google en de foto’s zien er goed uit :-)
De hamburger, kip met frieten en de cocktails gaan er dan ook prima in !
Leuke tent.
Van Limón richting Cuenca
Sinds Mendez hebben hebben we zitten tobben hoe we vanuit de Amazone over de bergen naar Cuenca zullen fietsen. De keuze is gevallen op de verharde route die na Limón afzwaait door de bergen. We willen vanwege het weer op asfalt blijven en de keuze voor de kortere route is op basis van een hopelijk rustiger weg gemaakt en de foto’s op Internet voorspellen mooie uitzichten.
Dus aan de bak, na de fietsen te hebben opgepakt en afscheid te hebben genomen van onze vriendelijke hostel eigenaresse, vertrekken we richting Cuenca. Gezien de te overbruggen hoogtemeters schatten we in dat we de 105km in drie dagen fietsen.
Vooraf hebben we op Google Maps op 33km een wegrestaurant gespot, waar we
aan het eind van de eerste dag hopen aan te kunnen kloppen met ons tentje.
Mocht het nat worden, dan kunnen we hopelijk met een maaltijd in de maag de
nacht droog houden.
We hebben ons ingesteld op zwoegwerk en worden daarin niet teleurgesteld.
Vanaf Limón gaat het in 11km met 700 hoogtemeters omhoog naar de afslag richting
Cuenca. Daarna is het doorklimmen tot 3400m om vervolgens af te dalen
naar Gualaceo, waar we nog een keer willen overnachten om met een kortere
rit Cuenca in te kunnen fietsen.
Tot halverwege de dag blijft het droog en hebben we voldoende compensatie aan uitzichten. Helaas gaat het net voor de afslag richting Cuenca stevig regenen en fietsen we met ons hoofd in de wolken. Van de grijze variant helaas, geen roze. Dat onttrekt helaas de blik op vast en zeker spectaculaire uitzichten, maar een van twee is niet slecht: de weg is inderdaad rustig. Vanwege de nattigheid zijn overal watervallen en ruisende stroompjes. Her en der heeft een aardverschuiving een stuk van de weg inclusief vangrails weggeslagen, resulterend in een huiveringwekkend uitzicht op een gapende afgrond, recht naar beneden naar de bodem van de kloof.
Zelfs nog een van de minder spectaculaire verschuivingen
Tegen vieren komen we verzopen bij het wegrestaurant aan, we hebben het gehaald!
De eigenaar staat net buiten en vraagt ons glimlachend of we ook
nat geworden zijn, grappig hoor.
We vragen hem of we onze tent zouden kunnen opzetten op zijn terrein en met een
wijds gebaar geeft hij aan dat dat zeker kan: ín het open gedeelte van het
restaurant! De fietsen kunnen we ook naar binnen rijden, dan zitten we
vannacht veilig achter het hek. Naast het restaurant zijn WC’s en enkele
(koude) douches aanwezig voor algemeen gebruik.
Een slim verdienmodel: bij de toiletstop constateert men gebrek aan WC
papier, uiteraard te koop bij het restaurant. Nou vooruit, doe dan ook maar
een drankje of een snack, of wacht, misschien een maaltijd.
De eigenaar waarschuwt nog wel even: er komt wel de hele nacht verkeer langs, maar als we dat geen probleem vinden, is het zo prima geregeld. Wij denken dan nog - het is op dat moment erg rustig, er is één gast - geen probleem! Dus..
Het wegrestaurant blijkt te worden gerund door een gezin en is open tussen zes uur ’s morgens en twaalf uur ’s nachts! En het is razend populair bij zowel dagjesmensen als vrachtwagenchauffeurs. Ondanks dat de weg rustig was, blijkt aardig wat volk een stop te maken.
Vrijwel alle vrachtwagen- en pickup truck chauffeurs hebben in Ecuador de
merkwaardige neiging om de motor te laten draaien en dan doodleuk binnen in
het restaurant een half tot een uur te gaan zitten, of dezelfde tijdspanne te
besteden aan een kwaliteitsmomentje voor zichzelf op het toilet.
Min of meer standaard parkeert men achteruit in, met de uitlaat richting het
restaurant (op circa 1m van de eerste tafeltjes). Soms drie of vier
voertuigen op een rij, al dan niet in gezelschap van iets verderop
geparkeerde vehikels.
De reden om de motor te laten draaien is ons een raadsel.
Mogelijk heerst er een massale fobie voor de natuur en frisse lucht, en
wordt anders een gemis ervaren voor de oorverdovende herrie van de
primitieve diesels en de bedwelmende uitlaatgassen.
Of overgrootopa reed ooit een vrachtwagen die op 2300m niet meer kon worden
aangezwengeld, en is dit blijven hangen in het collectief geheugen.
Voor eenvoudige koelwagens zonder secundair koelsysteem zou er nog een reden
kunnen zijn, maar die zitten er niet tussen en het is hooguit 10 graden.
De ramen blijven allemaal open, dus iets met airco of verwarming
is ook geen excuus.
We gaan eerst maar eens iets eten en hopen dat het in elk geval later op de
avond rustig wordt. Na ons te hebben omgekleed in droge kleding worden we
begroet door Marco, ook gast hier, en super enthousiast over onze
fietstocht. We moeten op de foto met hem en zijn vriendin Maria. Ze
bestellen voor ons eten, en naar later blijkt hebben ze ook voor ons
betaald. Onder protest accepteren we deze uiterst vriendelijke gastvrijheid.
We kletsen zo goed het gaat in het Spaans en het blijkt dat zij hier
speciaal komen voor de gefrituurde forel die uit het meer achter het
restaurant wordt gevist. De forel is inderdaad lekker! Marco en Maria
nemen nog eens vijf maaltijden mee voor de mensen thuis. Marco nodigt ons
uit morgen bij hem te komen eten en logeren: hij woont in Chordeleg, een
dorp vol juweliers een kilometer of 5 verder en 200m hoger dan Gualuceo -
onze beoogde tussenstop richting Cuenca.
We geven aan te gaan appen.
We doen een oog en oren met doppen dicht, maar slapen nauwelijks tot niet.
Het bezoek aan het restaurant wordt intensiever naarmate de avond vordert,
de ruimtes en dus ook onze tent staan blauw van de uitlaatgassen en de
herrie van draaiende motoren en babbelende mensen is oorverdovend. Iets na
middernacht sluit het restaurant, maar de schoonmaak duurt dan nog even en om
vijf uur in de ochtend knipt het licht weer aan en schuift de eerste gast weer
aan.
Ook gedurende de nacht is het een komen en gaan van met name
vrachtwagens, die prachtig verlicht zijn in alle kleuren van de regenboog
met boze led- ogen in de ramen, maar vaak geen fatsoenlijke koplampen
gebruiken waarbij je daadwerkelijk wat zou kunnen zien. Wij vragen ons af hoeveel
ongelukken er gebeuren op deze bergpas, met haar steile hellingen en vele
haarspeldbochten. We zien ook nog enkele chauffeurs versterkt met een liter bier,
of meer, de route hervatten.
Via Gualaceo verder richting Cuenca
De volgende ochtend kruipen we brak ons tentje weer uit. De tent is nog
droog, we kunnen gebruik maken van het sanitair en het ontbijt is twee
stappen verwijderd.
Na een ontbijt in het restaurant hervatten we de klim.
We beginnen met wisselend droog en nat weer, er zijn weer overal
watervallen, langs de weg en aan de overkant van de kloof. De rivier raast
onderin, stroompjes water ruisen door het bos.
Boven de 2800m fietsen we weer met ons hoofd in de wolken.
Waterval tussen het restaurant en Gualaceo
Vlak voor de top hebben we nog een spectaculair uitzicht van een andere soort: een gekantelde vrachtwagen die bijna de hele weg blokkeert. Beantwoord dit onze vraag van gisteravond ? In Ecuador rijdt iedereen dan even door de berm, ook al is de afgrond daar net naast, geen punt.
Ineens vlakt de weg wat uit en blijkt de top op net geen 3300m te liggen, dat scheelt weer een gevreesde laatste 150m tegen een muur op fietsen. Een fijn kadootje!
Het begin van afdaling is oncomfortabel door de extreme vochtigheid, miezer
en regen die in onze gezichten striemt, maar dan duiken we onder de
bewolking uit, wordt de afdaling een minder steil en hebben we ineens
prachtige uitzichten op een heel bijzonder landschap.
Grappig hoe snel je het afzien en de regen vergeet, als de zon verschijnt en
de fiets uit zichtzelf beweegt. We maken foto’s onderweg en rollen na 30km
Gualaceo binnen.
Uitzicht bij afdaling naar Gualaceo
We begonnen de afdaling verkleumd en nat tot op het bot, het zonnetje onderweg naar beneden heeft ons niet voldoende opgedroogd en opgewarmd, dus in het geboekte hotel warmen we op onder de douche, en hangen alle natte zooi op in de kamer. Omgekleed naar droge kleding wandelen we het dorp in om iets te eten te scoren. We laten Marco weten dat we zijn dorp niet meer halen vandaag. Met welgemeende excuses, de energie is op. Hij laat weten dat hij het jammer vindt, het is niet anders.
Gualaceo is een heel aardig dorp met een mooi plein, een grote kerk en lokale markt waar we empanadas eten. In de overdekte markt staat de groente en het vele verse fruit hoog opgestapeld en kun je kiezen uit een duizelingwekkend aantal opties aan verse groente- en fruitsappen. We genieten een glas van dit heerlijke verse aanbod. Je voelt je meteen gezonder. In heel Ecuador kun je overigens voor weinig geld hele goede fruitsappen krijgen, heerlijk. We vallen rond 19 uur uitgeput in bed.
Cuenca
Vandaag hoeven we maar 35km naar Cuenca. Gisteren hebben we via AirBnB een appartementje geboekt voor vier nachten en we kijken er erg naar uit om even niets te doen. Na een mooie maar vrij drukke weg, slaan we ter hoogte van de stadsgrens van Cuenca af naar een, jawel, heus fietspad langs een van de rivieren die de stad rijk is. Mooi! En wat fijn, even geen auto’s.
Cuenca is de derde stad van Ecuador, met 600.000 inwoners gelegen op 2560m in de Andes, doorkruist door vier rivieren, met een prachtig behouden historisch centrum met UNESCO status. Het blijkt een mooie, schone en goed onderhouden stad, met een prima sfeer.
Onder ons appartement zit cafe Austria, zonder Sachertorte, maar met Manzana Strudel (Apfelstrudel dus).
De rit was eenvoudiger dan verwacht, dus wachten we in het cafe op het
antwoord of we eerder het appartement in mogen. Het interieur bestaat uit
een curieuze mix aan prenten en schilderijen, die niet heel veel
Oostenrijkse of Weense sfeer uitdragen.
Maar een kniesoor die daar op let, al nippend aan koffie en knabbelend aan
de chocoladetaart, gebracht door vriendelijk personeel.
De eigenaar van het appartement bericht dat we naar binnen kunnen en we betreden in een ruim en goed bevoorraad appartement. De fietsen zetten we in de ruime slaapkamer en de natte, nu echt wel stinkende kleding, gaat rechtstreeks de wasmachine in. De tent wordt gepoetst, de slaapzakken gelucht, de fietsen nagekeken… Fijn, alles weer schoon, fris en droog!
Voor de komende vier dagen halen we boodschappen om zelf met vooral veel groentes te koken en eten. Dat wil nog wel eens als een gemis voelen in een land waar vaak drie keer per dag vlees met rijst en bonen wordt gegeten.
We lopen door de stad, bewonderen alle mooie panden, kerken, parkjes en
bezoeken twee archeologische musea. Want waren blijven nu die oude stenen,
potjes en pannetjes ? Nou daar werpen we in Cuenca een blik op !
De musea geven een goede indruk van de hele rijke mix aan etniciteiten die
Ecuador rijk is. Met een kust, eilanden (waaronder de Galapagos),
binnenlanden, een ruig berglandschap, en jungle van de Amazone, bevat het
land vrijwel alle soorten landschappen en daar wonende volkeren. Buiten een
van de musea bevindt zich het Pumapungo archeologische complex, waar nog
actief onderzoek wordt gedaan.
We drinken koffie, eten ijsjes, luieren in het zonnetje in een parkje,
bezoeken en kroeg voor een biertje: life is good!
We weten het Belgische bier cafe te weerstaan, waar iets te veel
luidruchtige Noord Amerikanen rondhangen om het de juiste sfeer te geven.
Door de hele stad heen vinden we beelden van cavia’s (cuy). Het wordt een sport om ze te fotograferen en er met de juiste compositie een andere draai aan te geven. Zo kun je zelfs van een schattige cavia iets engs maken.
De trapper(s) die in Macas zijn gekocht, vanwege een tik in Albert’s linker trapper, vertonen inmiddels ook al een klik en tik. In Cuenca kopen we nogmaals nieuwe, nu bij een winkel met mountain- en racefietsen. Het prijsverschil van 9 versus 45 dollar wijst hopelijk op betere kwaliteit.
We hebben de route van hier naar de Peruaanse grens bepaald. Sinds december afgelopen jaar is nog maar een grens overgang open tussen Peru en Ecuador. We moeten eerst helemaal naar de kust. Dat reduceert dan weer wat opties, ons oorspronkelijke plan was om ergens in de bergen Peru in te rijden langs de Kuélap archeologische site.
We hebben een grof plan gemaakt voor de route door het immense Peru. De grootste uitdaging wordt om binnen de grenzen van het 90 dagen visum ruim 3500km te fietsen over vele hoge bergen.
We beteugelen onze eigen opkomende paniek met de vaststelling dat we nu eenmaal niet alles kunnen gaan bezoeken, en eventueel de fietsen in een bus kunnen schuiven, of een nog buitenissiger optie op een binnenlandse vlucht.
Er lijken ook mogelijkheden te zijn je visum een keer te verlengen, maar hoe is niet erg duidelijk… we zien het wel.
Foto’s
Ruta de las Cascadas: Elma actie foto
Bescherming op de Ruta de las Cascadas
Uitzicht op de Pastaza rivier, onderweg van Puyo naar Macas
Elma onderweg van Puyo naar Macas
Huisje onderweg van Puyo naar Macas
Van Puyo naar Macas: restaurantje (lunch)
Net een bui ontweken door te schuilen met de lunch
Regenachtig kruispunt tussen Puyo en Macas: met bakker en verse broodjes
De Upano rivier vanaf een brug
Uitzicht bij afdaling naar Gualaceo
Uitzicht bij afdaling naar Gualaceo
Uitzicht bij afdaling naar Gualaceo
Brug met hoog water bij Gualaceo
Cuenca - een van de vele vele mooie muurschilderingen
Cuenca - die letters kunnen niet ontbreken in de collectie































