
Onder een strakblauwe lucht lijkt de kaarsrechte weg aan de horizon te
verdwijnen in een fata morgana. Aan beide kanten bestaat het uitzicht uit
een lege woestijnachtige vlakte zonder bomen, her en der getooid met
lage struiken en hard geel gras, dat er dood en verdord uit ziet, maar
waarschijnlijk van het hardnekkige soort is om hier te kunnen overleven.
We passeren een bord met twee snelheidslimieten: een ondergrens van 55km/uur.
Al buffelend tegen een stevige tegenwind kunnen we ons op de fiets
hier weinig van aan trekken, maar gelukkig trekken veel Peruaanse autobestuurders
zich ook weinig aan van de 80km/uur maximum snelheid. Zo zitten we fijn op
een lijn het eindeloze asfalt op te eten. De meerderheid van het
verkeer gaat ruim om ons heen. Soms is de bestuurder een artiest,
die dan even onze tocht voorziet van een eigen gecomponeerde soundtrack
bestaande uit korte claxon stoten, als motivatiemelodie voor onze moedige
inspanningen.
De ontmoeting met het verkeersbord is op onze derde fietsdag in Peru,
voordat we terug gaan naar de grens, eerst het volgende:
De Pan-American Highway (de “PanAm”)
Een netwerk van wegen van in totaal 30.0000 kilometer in lengte startende in Prudhoe Bay, Alaska door 14 landen naar het zuidelijkste puntje van Argentinië.
Hoewel de weg voornamelijk in Noord Amerika geen officiële status geniet, wordt deze gezien als de langste weg ter wereld. Voor sommigen een droom met mythische status om eens te rijden. Veel lange afstand fietsers komen vroeg of laat op secties van de weg terecht, en hun meningen zijn verdeeld.
In Ecuador loopt de PanAm dwars door het land, en is meestal een drukke snelweg.
In Peru begint de Carretera Panamericana Norte bij de grens met Ecuador en kent veel rustiger stukken, soms bijna verlaten. De Norte volgt grofweg de kust tot aan Lima, daarna wordt het (hou je vast) de Carretera Panamericana Sur tot de grens met Chili.

De eerste dag in Peru

Omdat we gedwongen zijn de enige open grensovergang tussen Ecuador en Peru te
nemen, over de PanAm aan de kust, besluiten we deze een poos zuidwaarts te
volgen, in plaats van direct weer 700km naar het oosten de bergen in te gaan.
We hopen vanwege het grotendeels vlakke traject met minder inspanning iets
grotere afstanden te kunnen afleggen, om daarna weer de Andes in te duiken.
Vrij direct in Peru wisselen we de laatste dollars in tegen de Peruaanse Soles.
Het meeste van de eerste 80km voelt niet veelbelovend, het is druk en
de plaatsen waar we doorheen rijden zijn nog veel chaotischer en drukker,
het krioelt van de mototaxi’s (tuktuks).
En zoals op meer plaatsen in de wereld zijn drie huizen vaak voldoende aanleiding
voor een verkeersopstopping.
De oceaan en het strand worden aan het oog onttrokken door minder fraaie bebouwing en hekken, en is nogal eens enkel te betreden via een hotel of restaurant. Her en der voeren zijweggetjes naar een stuk publiekelijk toegankelijk zand.

Op het eerste gezicht lijkt veel van de verbouwing op armoedige sloppen,
maar zoals we later merken, wordt voorbij de “buitenwijken” een plaatsje
richting het centrum vaak een stuk aangenamer.
Wat ons meteen opvalt, en wat andere reizigers ook benoemen,
is dat langs de weg heel veel afval wordt gedumpt. In Ecuador zagen we dat af en
toe ook wel eens, maar niet op zo’n enorme schaal als in Peru.
In de auto is dat een bederfelijke (!) aanblik, op de fiets worden meer
zintuigen geprikkeld.
We stoppen in Acapulco bij hotel en kampeerterrein Swiss Wassi. Direct na het betreden van het terrein
veranderd het wereldbeeld: een oase van rust op een prachtige locatie aan
het strand (zie titel foto). Na een korte twijfel besluiten we niet onze tent naast de
aanwezige campers op te zetten, maar onszelf te verwennen met het betrekken
van een kamer met uitzicht op de oceaan. Er is een klein zwembad en stoelen
op het strand om van de zonsondergang te genieten.
We maken ons schuldig aan enig Instagram-waardig gedrag door qua foto
materiaal het eerdere relaas weg te laten, en alleen de prachtige
plaatjes vast te leggen. Uiteindelijk is dat ook hoe de natuur, de kust en
de oceaan er uit ziet, zonder al die krioelende mensen.
We blijven een extra dag om te genieten van de rust.
Los Organos, Talara
De dag van vertrek wordt de PanAm al snel een heel stuk rustiger, af en toe op het lege en verlatene af. De fiets ervaring zwaait om naar een aangename tocht door een voor ons weer nieuw landschap. Een lichte tegenwind zorgt voor verkoeling en Het landschap reflecteert het warme en droge weer: een fascinerende leegte met mooie zandsteenformaties.

We stoppen bij een kleine tienda voor frisdrank en bananen, en later
nog eens in het dorpje Mancora. De PanAm door het dorp is weer chaotisch en
het wegdek compleet kapot gereden, maar als we afzwaaien naar het strand,
blijkt daar een heel andere (kite)surf sfeer te hangen, met eettentjes en zwermen toeristen
langs de strandweg.
Terug rijdend naar de PanAm worden we door iemand toegeroepen
“Nederlanders!”, maar we hebben dan even te veel aandacht nodig voor de
verkeerschaos en realiseren ons te laat een waarschijnlijke landgenoot voorbij te zijn gefietst.
Het laatste stuk naar Los Organos, de volgende overnachtingsplek, buigen we
af over een onderverharde weg.
Het begin bestaat uit een schier eindeloze reeks hotels en restaurants, maar
daarna rammelen we pittoresk over een rustig stuk weg naar onze slaapplek voor
de dag, een hotel met zwembad aan/op het strand.
’s avonds kunnen we klokslag zes uur vanaf het strand genieten van weer een
prachtige zonsondergang in de oceaan.

Na een goede nacht slapen stappen we weer op de fiets en wachten ons twee verrassingen: we moeten klimmen naar 260 meter hoogte, en we hebben een stevige tegenwind. Tijdens de klim zijn hebben we prachtig uitzicht op het geërodeerde landschap. We vermoeden dat dit nog veel mooier is bij zonsop- of ondergang.
Bovenaan gekomen blijven we op hoogte en fietsen we gevoelsmatig eindeloos met tegenwind over de kaarsrechte weg. Vlak na het dorp El Alto, met als thema oliewinning, stoppen we bij een tankstation zonder klandizie, maar vier blaffende honden om potentiële klanten te “begroeten”. Er zijn brandschone toiletten, maar enig water ontbreekt. Hopelijk komt iedereen daar achter voor het toiletbezoek, en anders heeft de verveelde tankbediende toch wat te doen. Tijdens onze pauze komt niemand opdagen, ondanks de “uitnodigende” oorverdovende muziek die uit twee speciaal daarvoor opgehangen forse speakers tettert.

Bij de afdaling richting Talara kijken we ook weer uit op een fantastisch
grillig landschap met canyon achtige elementen.
De laatste afdaling naar Talara is weinig fraai te noemen:
het plaatsje wordt gedomineerd door olie/petrochemische
industrie. De afgelopen twee dagen hebben we onderweg al vele kleine
ja-knikkers zien staan in de lege vlakte. De meeste staan stil, misschien
zijn ze met Ja knikken gestopt en begonnen met Kritisch Denken(tm) ?
Soms zit een eenzame bewaker bij de ingang van een terrein in een piepklein
hokje weg te bakken in de zon. Ze groeten ons allemaal vriendelijk in het voorbijgaan.
Ons hotel in Talara heeft een prachtig uitzicht op achter hekken
gelegen petrochemische industrie en de stad ruikt naar olie.
Via het veer bij Miramar naar Colan
Na wikken en wegen, en bestuderen van Google’s luchtfoto’s besluiten we om vanuit Talara niet weer de PanAm te nemen, maar een “primary road”. Deze mond in de realiteit gelukkig niet uit in een zandpad, maar is geheel geasfalteerd en vrijwel verlaten. We denken dat we meer van de tocht kunnen genieten, als we niet de hele tijd tegen de wind aan het opboksen zouden zijn. Daarentegen stoppen we af en toe om een foto te nemen van bijvoorbeeld de zoutvlaktes die geregeld tussen de weg en de kust liggen.

Ook hier zien we soms achteloos gedumpt afval. Veel mensen nemen blijkbaar de moeite om tientallen kilometers te rijden, en dan hun rotzooi te dumpen. Vreemd genoeg zitten daar ook met enige onderlinge afstand toiletpotten tussen. Het geeft wat afleiding op de lange rechte stukken, om de gedachten af te laten dwalen naar andermans gedachtenkronkels. Zou Jorge een nieuwe pot hebben gekocht, en deze trots hebben laten zien, waarna de oude weg gegooid moet worden. Bang dat zijn oude pot wordt herkend, rijdt hij 15km en gooit daar zijn pot in de natuur. Hernandez moet na de verbouwing ook een pot kwijt, rijdt 5km, ziet een andere pot, maar herkent deze als die van Jorge en durft dan niet zijn pot er naast te gooien. Dan maar even 10km verder rijden. De realiteit zal wel heel anders zijn, maar hiermee ben je weer 20km verder.
Bij het dorpje Miramar lijkt op de kaarten een brug over de rivier te zijn, maar van een fietsblog hebben we begrepen dat deze er niet meer is, maar dat er wel een man met een boot voetgangers en fietsers naar de andere kant brengt. We besluiten de gok te nemen, en inderdaad kunnen we per boot overgezet worden naar de overkant.

De vriendelijke veerman legt ons nog even uit in welke richting we moeten voor Colan.
We moeten nog even met de fietsen door een ondiep stuk rivier waden en
fietsen daarna over een onverhard pad over een dijkje (“Mura”
volgens de veerbootman, gelukkig niet “muur” om omhoog te moeten trappen).

Het dijkje gaat over in nog steeds onverharde weg met aan de ene kant spierwitte duinen en de oceaan, en aan de andere kant een lege vlakte waar weer her en der aan oliewinning wordt gedaan. De weg is goed te doen, het wasbord, stuifzand en diepere gravel is aardig te ontwijken.
We komen wederom stevig verwaaid aan in ons doel van vandaag: Colan. Na goede verhalen te hebben gelezen over Carlos en zijn camping, bellen we aan bij een dicht hek. Dichte hekken zijn hier heel normaal, maar helaas voor ons doet nu niemand open. We Appen het whatsappnummer op het uithangbord en tevens het andere whatsappnummer op Google en na een half uurtje “geen gehoor” geven we het wachten op, en gaan op zoek naar iets anders. We vinden we een Eco Hospedaje in het dorp. We zijn nieuwsgierig. Er komt ons een heel vriendelijke en zeer behulpzame man tegemoet en hij laat vol trots zijn te huren onderkomen zien. Het onderkomen staat op palen in de oceaan en is uitgerust met een badkamer, keuken en slaapkamer. Alles oogt wat aan de vervallen en oude kant en kan een poets- en schoonmaakbeurt gebruiken. Het beddengoed en de handdoeken zijn lekker fris en schoon en we zwichten toch voor de rust, onze eigen veranda met uitzicht, en de gelegenheid om zelf een potje te kunnen koken. Later blijkt ook dat er geen douche kop en geen warm water is. De douchekop wordt gehaald, en met de warmte overdag is het douchen te doen. Niet eens ijskoud, maar mogelijk opgewarmd door de zon.
Het uitzicht vanaf de veranda over oceaan is echter onbetaalbaar. We genieten weer van een mooie zonsondergang en opgang, want we vertrekken morgen vroeg vanwege de stevige wind.

De ironie(*) wil dat de man ons trots vertelt over de biologische, botanische, pure, duurzame zeepjes die zijn vrouw en hij maken. Die worden duidelijk niet verspilt aan schoonmaakactiviteiten, we krijgen er wel eentje cadeau bij het weggaan.
(*) op het gevaar af een Alanis Morissette taal stunt uit te halen.
Vanuit Piura door de woestijn
De tocht van Colan naar Piura is saai. De wind is hard, het landschap eentonig en de route gaat via Paita langs vele visconservenfabrieken, containeropslag locaties, nog meer industrie en heel veel zwerfvuil.
Enige afleiding gedurende 40km zijn absurd onrealistisch ogende borden bij
lege verwaaide stukken zand, waarschijnlijk geplaatst door hoopvolle
projectontwikkelaars om nieuwe bewoners te lokken voor een nog te bouwen
dorp. Een jong gezin met twee kinderen, uiteraard een jongetje en meisje
liefst niet veel meer in leeftijd van elkaar verwijderd dan 2 jaar, is vol
optimisme over de nieuwe toekomst geplaatst in een idylisch ogende context.
De vier verplichte honden pasten niet meer in het plaatje blijkbaar.
Later op onze fietstocht blijken nog veel meer stukken leegte voorzien te
zijn van deze aansporingen tot investeren en wonen. Soms is er al een stuk
muur en een poort gebouwd, met daarachter… zand.

Piura is een stad met circa 500.000 inwoners en die zijn allemaal in hun auto’s en moto’s onderweg als wij de stad in fietsen. Wat een drukte! Maar ook hier blijkt het centrum beter onderhouden en georganiseerd en het door ons geboekte appartementje is gelegen in een rustige en iets sjiekere wijk. Hier blijven we een dagje extra, om moed te verzamelen voor de volgende etappe.
We fietsen al een heel stuk door woestijnachtig landschap, een lege
zandvlakte zonder schaduw of beschutting, en veel tegenwind. In de 220km na
Piura zijn geen overnachting opties behalve ons tentje en daar hebben we het
ding tenslotte ook voor meegenomen.
Er schijnen volgens Internet wel restaurantjes te zijn, maar voor de
zekerheid stoppen we in Puira nog even bij de grote supermarkt Tottus om nog
wat in te slaan.
Het idee is zoveel mogelijk kilometers te maken en vlak voor zonsondergang de tent hopelijk op te zetten zetten achter een beschermende bult zand.
De hele tocht volgen we de PanAm. De weg is rond de stad nog verschrikkelijk druk en de Peruaanse automobilisten houden minder rekening met ons dan we in Ecuador gewend waren, maar de vluchtstrook is breed en daar kunnen we betrekkelijk veilig fietsen.
De wind is nog niet gaan liggen en hebben we nog altijd kracht 3 tot 4 met vlagen van kracht 5 pal tegen.
Om ervoor te zorgen dat we vanavond niet hoeven koken stoppen we na circa 35 km bij een restaurantje dat ons voorziet van een heerlijke salade vooraf, gevolgd door en bord Milanese (gefrituurde kipschnitzel, rijst en frieten!) Top. Mogelijk is er op 61 en 95 km nog een eetgelegenheid, en anders kunnen we natuurlijk op onze eigen brander koken.

We overtreffen onszelf en fietsen tot aan het verst gelegen restaurant, waar we een drankje bestellen. Op Google staan zowaar reviews over de kwaliteit van eten, en die sporen aan tot weer opstappen. De eigenaar schijnt wel toe te staan dat je achter het restaurant je tentje op mag zetten. We krijgen niet een heel warm gevoel bij dit restaurant en na onze eerdere ervaring met kamperen bij een wegrestaurant/truckstop kiezen we deze keer voor een andere optie.
Wildkamperen in de woestijn richting Chiclayo
We besluiten nog 10km verder te kijken, maar komen geen andere truckstop
meer tegen. Dat wordt dus zelf rijst koken, maar dan liefst met enige
bescherming tegen de wind en het zand.
Al fietsend keuren we het landschap op mogelijke overnachting- en
kookplekken. Er verschijnen twee ruïnes, waarvan op een staat vermeld dat
het privé eigendom is, maar de andere eenzaam staat af te brokkelen.
Het blijkt een half afgemaakte constructie voor toilethokken te zijn, zonder
verdere andere bebouwing. Beetje raadselachtig, maar voor ons zeer nuttig.
Wij kunnen de fietsen uit het zicht zetten, en onze tent uit de wind. Een van de
kleinste kamertjes wordt het kleinste keukentje, en het lukt om enigzins uit
de wind een potje te koken.
Vlak na zonsondergang bewonderen we nog even de sterrenhemel, prachtig, en
gaan dan snel slapen. We staan ver genoeg van de weg om geen last te hebben
van het vrachtverkeer en ook de verkeerspolitie, die ons de tent zag
opzetten, komt ons niet wegjagen. Fijn!

Om gebruik te kunnen maken van de iets minder stevige wind in de ochtend staan we De volgende dag bijtijds op. We eten onze bij de Panadaria gekochte broodjes met de bij de Tottus gekochte Goudse kaas op en vervolgen onze weg. Het landschap, de vuilnis, het verkeer en de tegenwind zijn zeer vergelijkbaar met de vorige dag, de tijd vervaagd en we praten weinig.


We trappen, en trappen en trappen, eten onderweg bij een truckstop en zijn het erover eens dat geparkeerde vrachtwagens voor een wegrestaurant betekent dat je er goed te eten krijgt! We halen ook vandaag ons beoogde doel: Chiclayo. Niet omdat we iets te zoeken hebben in deze vieze en heel drukke stad, maar omdat we daarna weer opties hebben op minder grote dagafstanden. We zijn best trots op onszelf, twee dagen 110 km per dag met tegenwind, goed gedaan :).
In het hotel in Chiclayo poetsen we het zand, de zonnebrand en zweet van ons af met
lekker ruikende shampoo onder de heerlijke douche.
Prima bedden lijken het feest compleet te maken, alleen blijkt dat de
onvoorstelbare herrie op straat beneden geen einde kent, waaronder auto
alarmen die vol continu blijven blèren.
Op de gang brandt 24/7 fel licht, bevorderlijk voor de energie besparing binnen,
want door het gebrek aan verduistering richting de gang hoeven wij 24/7 geen
licht aan te doen. Minder bevordelijk voor de nachtrust.
Tja, je kunt niet alles hebben.
Chiclayo naar Guadalupe
De volgende ochtend moeten we toch weer een plusje plaatsen: het ontbijt buffet is voortreffelijk. Tijdens het ontbijt besluiten we dat we niet perse weer 100+ km hoeven te fietsen. We fietsen de PanAm weer op, eten in een dorpje aan de weg alweer een prima almeurzo (lunch voor ca €3,5, bestaande uit soep of salade, een bord warm eten bestaande uit vlees, rijst en friet en een versgeperste fruitsap). Heerlijk!
Na een lekke band en het toeslaan van toch enige vermoeidheid, besluiten we ons te houden aan wat we bij het ontbijt eigenlijk al hadden besloten: deze 85 km goed genoeg is.
We overnachten in het dorpje Guadalupe, niet te verwarren met het Caribische eiland, de oceaan is hier in geen kilometers te bekennen.
We vinden ons hotel, waar een vriendelijke juffrouw opendoet. Willen we per
uur of per dag betalen? Oh,… zo’n hotel :) We antwoorden scherpzinnig
dat we graag een volledige nacht gebruik willen maken van het bed. Het
hotel en de kamer blijken smaakvol en smetteloos en de enige andere gasten
zijn een ouder stel met een SUV. We zetten onze spullen op de kamer en
fietsen vervolgens het dorpje in voor wat inkopen. Vanaf de zandweg fietsen
we door kleine onverlichte straatjes naar een levendig centrum, waar in de
aangename avondtemperaturen op het onvermijdelijke centrale plein de lokale
bevolking rondloopt en een praatje met elkaar maakt.
We vinden zelfs een heel aardige pizzeria, waar we met open armen
ontvangen worden. Het is een gezellige avond en tevreden fietsen we terug
naar het hotel en vallen we in ons bedje.
Guadalupe naar Paijan
Vanaf Guadalupe is het nog 130 km naar Trujillo, de stad waar we even
adempauze nemen. Dat vinden we te lang voor één dag en dus zoeken we ergens
halverwege een plekje om te overnachten.
Het oog valt op de luxueus klinkende Hacienda Solano, dat goeie reviews krijgt.
Na weer een heerlijke lunch bij een truckstop arriveren we in het dorp Paijan, waar de PanAm dwars door het dorp loopt en zorgt voor een bizarre drukte aan mototaxi’s en vrachtverkeer. Het wegdek in de bebouwing is weer eens van kapot gereden kwaliteit en alles rammelt, bonkt, reutelt en ronkt. Er is nauwelijke plaats voor twee rijstroken, maar iedereen denkt met de luchtverplaatsing van een claxon hier wat aan te kunnen doen.
Ergens voor het dorp is volledig nieuwe route voor de PanAm om het dorp aangelegd, maar deze was afgezet met betonnen barrières. Wij vragen ons af wie verantwoordelijk is voor de blokkade.
Aan het einde van het dorp rijden we het zandpad naar de Hacienda op. Bij ons vooronderzoek lijken de signalen te wijzen op een mogelijk dure overnachting, dus we hadden een maximum bedrag afgesproken, en anders zetten we ons tentje in als optie.
Voor de Rode Poort blijven we staan en kloppen aan. Een jongen doet de deur
op een kier en kijkt ons vragend aan. Als we vragen of we een nacht kunnen
verblijven, meldt hij dat dat kan voor 70 soles (ongeveer €18, oookay..). Ze
zijn wel aan het renoveren, maar als we dat niet erg vinden, is er geen
probleem. We vragen of we de kamer eerst mogen zien en het blijken een
soort aaneengeschakelde hutten met bed en badkamer te zijn. Geheel niet wat we hadden verwacht,
maar prima eigenlijk. De verbouwingen vinden plaats aan de overzijde van
het veldje, dus daar hebben we geen last van. Hij geeft aan het bed nog te
moeten verschonen, maar dan kunnen we erin. Tijdens het wachten hierop
wordt ons door de omgevingsgeluiden duidelijk dat we wederom te maken hebben
met een hotel dat ook per uur gehuurd kan worden. Onze “buren” zijn na
enige tijd klaar met de fysieke activiteiten, en vertrekken na een klein
uurtje in een geblindeerde SUV.
Als wij terugkomen van ons “diner” in een hamburgertent vertrekt net een
volgend overspelig stel. Gelukkig blijft het daar verder bij.
Het bed blijkt geplastificeerd, voor duidelijke redenen en wij vinden het
eigenlijk wel zo hygiënisch, maar het slaapt voor geen meter. De volgende
ochtend blijft het water weg en poetsen we ons met drinkwater. Snel door
naar ons hotel in Trujillo!
Van Paijan richting Trujillo
Om te voorkomen dat we het equivalent van het voorbij rijden van de Zuid Chinese muur herhalen, hebben we gekeken wat er aan beduidende bezienswaardigheden in en rond Trujillo zijn.

Er is een alternatieve route naar Trujillo, die niet (alleen) over de PanAm gaat én waarin we twee archeologische sites aandoen. Het is maar 12 km langer en dat is prima te doen. We fietsen nog een klein stukje snelweg en slaan dan af richting kust. Er staat voor zover je kunt kijken suikerriet, de omgeving is groen in plaats van woestijngeel en het verkeer is teruggebracht naar een enkele auto, wat fijn! Door een prachtig dorpje komen we op het pad naar de eerste archeologische site.

El Brujo
De El Brujo archeologische site ligt prachtig gelegen aan de oceaan en is
met veel zorg overdekt ontsloten voor het publiek, inclusief een museum. De
borden zijn in het Spaans en in het Engels.
Ondanks de archeologisch belangrijke positie van de site bestaat het publiek
bij ons bezoek uit onszelf en twee andere buitenlanders met een gids.
De locatie wordt al 14000 jaar bewoond, structureel vanaf ongeveer 3200 voor
de christelijke jaartelling - de periode wanneer voor opslag in plaats van
keramiek, rieten manden en de harde schil van vruchten werden gebruikt.
El Brujo is bekend vanwege de vondsten uit de periode van de Moche
cultuur, tussen 100 en 800 na Christus.
De drie piramide-vormige monumenten (Huaca’s) zijn vier of vijf keer boven op elkaar herbouwd, en in elke fase zijn mensen als offer begraven. Ze zijn voorzien van meerkleurige relief kunstwerken met afbeeldingen van een godheid (de Decapitator, mooie naam voor een metalband), dieren en mensen.


Veel materiaal is opvallend goed bewaard gebleven, waaronder een in 2006
ontdekte zwaar getatoeëerd mummie van een hooggeplaatste vrouw: Señora de Cao.
Vanwege de vele rijke vondsten in haar graf, waaronder wapens, was zij op
zijn minst een hooggeplaatste priesteres, mogelijk zelfs de leider van
de samenleving.
(en dat voor een vrouw ! de wetenschap staat op zijn kop !)
Ook haar mummie is bijzonder goed bewaard gebleven, inclusief huid, haar en
textiel. Het graf doet met de
bijgiften, de driedubbel ingepakte mummie en de medebegravenen niet onder
voor de bekende Egyptische mummies, maar dan van recentere datering.
[bronnen: informatieborden op locatie en Wikipedia]
Trujillo
Na ons bezoek fietsen we verder over de gravelweg langs het strand, buigen af de suikerriet percelen in, komen op een zandweggetje naar de brug uit… en dan blijkt de brug een waterleiding en geen brug. We moeten wat kilometers om, naar de echte brug. De gravelweg is slecht en zit vol kuilen, en de daaropvolgende asfalt weg heeft nog meer kuilen, jammer. Onze aandacht gaat vooral naar de kuilen en niet zozeer naar de best aangename omgeving. Na de extra kilometers komen we weer uit op de beoogde kustroute en dan voelt het weer als vakantie.

De route vloeit over in de boulevard van Huanchaco. Dit soort van
voorstadje schijnt een top surf locatie te zijn en de hele strip zit vol restaurants.
Met uitzicht op de oceaan eten we bij een restaurantje: Lomo de Saltado:
frieten, rijst en gewokte rundvleesreepjes, lekker! De laatste 15 km gaat
weer over een drukke weg. We passeren de tweede archeologische site: Chan
Chan. Het is nu tegen het eind van de middag, we zullen het bezoek uit
moeten stellen tot een andere dag. Helaas is de site op zondag en maandag
dicht, maar goed dat we even stoppen in Trujillo.
Een zekere vervreemding overkomt ons bij het binnenrijden van de stad: geen ring van onwelriekend afval en relatieve rust in het verkeer. We zijn intussen zo gewend aan al het geclaxoneer, dat alles wat niet het niveau vol continu bereikt als meevallen gerekend kan worden.
Trujillo, de stad van de eeuwige lente, is met ruim een miljoen inwoners de
drie na grootste stad van Peru.
Het historische centrum heeft veel oude gebouwen geschilderd in vrolijke
kleuren en met voor de stad typerende gietijzeren venstertralies voor de ramen en
houten balkons. Van binnen zijn sommige gebouwen nog uitbundiger uitgedost.
Er is zowaar een heus voetgangers gebied, wel af en toe onderbroken door een
straat met verkeer.


Zo, dat was al een heel verhaal, volgende keer Chan Chan en verder…
Foto’s
[door op de eerste foto te klikken, kun je doorklikken links/rechts naar de andere foto’s]




















































