
Van Huancayo naar de Valle Sagrado
We gaan weer fietsen na ons besluit om van de PGD af te gaan en
tegelijkertijd dagen van ons 90 dagen Peru visum in te lopen met alternatief
vervoer!
In grove lijnen fietsen we richting Cusco, en vanaf daar richting Bolivia.
Deze aflevering stuiteren we op en neer door de Andes: 30-50 km lang een berg
van 4000 m of hoger op klimmen, en dan weer afdalen naar een dal of vallei,
en daarna weer de volgende berg op.
De weg slingert enorm, soms fietsen we 70 km om hemelsbreed 20 km op te
schieten. Maar dat geeft allemaal niet, de route is prachtig en
afwisselend, de hellingspercentages zijn te doen en het wegdek is
grotendeels van afdoende kwaliteit om tijdens het stijgen en dalen
ruimschoots te kunnen genieten van de fenomenale uitzichten (klik vooral
voor de grotere foto’s, hoewel deze nog geen recht doen aan de realiteit).
Beneden de 3000 m is het groener, en warmer!, met welriekende bloemen en struiken,
boven de 3000 m fietsen we vaak door de frisse geur van eucalyptus.
Huancayo en nog wat observaties
In Huancayo valt ons weer op dat er net als in diverse andere plaatsen
straten met thema’s zijn. Zo is er een straat vol dierenwinkels - wel 50.
Maar ook met versgeperste fruitsappen, ijzerwaren, opticiens en
muziekinstrumenten.
In het kleine plaatsje Huayllay troffen we verrassend veel feestwinkels.
En volledig ongerelateerd: officiële straatvegers annex vuilnisbakken
opruimers. Dit is vermeldenswaardig vanwege het verder in Peru in grote
hoeveelheden achteloos weggegooid afval en het feit dat deze oudere vrouwen
ons uitgebreid de handen komen schudden, terwijl zij alle lof verdienen.
In Huancayo dwalen we door de straten op zoek naar die ene straat met alle ijsverkopers. Uiteraard was er ergens een heladeria, maar het moet gezegd worden: het scoorde wat lager dan elders, blijkbaar heeft men er hier geen straat voor over.
Langs het centrale plein lopende spotten we café Colonial, van afstand ogend
als een herensocieteit met personeel strak in pak gekleed. We twijfelen of
we niet wat uit de toon gaan vallen en we wat underdressed over gaan komen.
Eenmaal binnen blijkt dat reuze mee te vallen, behalve de prijs van de
koffie, die is met 15 soles (bijna 4 euro) wel in de categorie sjiek, valt.
Die moet voor de meeste Peruanen onbetaalbaar zijn.
Vooruit dan maar, wij hopen dan uiteraard op een echte goeie kop
koffie… helaas zijn niet wij underdressed, maar de koffie. Ook hier is de
koffie als een vleugje aroma toegevoegd, een teleurstelling. Het
personeel is echter apetrots op dit Gringo bezoek en vraagt ons het hemd van
het lijf, waar ga je heen, waar kom je vandaan, hoe lang blijven jullie in
onze stad, kom je morgen weer of vanavond want we hebben ook avondeten, toch
lief.
Nu we toch even de chronologische loop uit het verhaal halen wat andere
willekeurige observaties:
In de minibusjes en de auto werden we “getrakteerd” op de lokale muziek. Na enige
uren moeten we toch concluderen dat de “Andes muziek” niet helemaal ons
ding is, zowel de modernere variant als de meer traditioneel aanhorende
nummers. De muziek bestaat voornamelijk uit vrouwelijke hoge tonen en bijna Chinees/Japans
aanhorende instrumenten en zang. De moderne variant is iets soortgelijks, maar
met mannen die op dezelfde wijs wat roepen. Maar goed, ieder zijn ding,
het is vrij zeker dat we niet hoeven aan te dringen om onze smaak muziek
te laten horen tijdens de rit.
Voor diegenen die bij muziek en Peru denken aan een zekere club Peruanen die
ooit Nederlandse steden met panfluit muziek opluisterden: nee, dit is echt
anders. Hoewel, in de aantekeningen staat dat we jawel ! zowaar ! de 21e
juni die panfluitmuziek toch ergens horen.
Daarnaast blijken de jaren 80 hier nog springlevend, de “Andes muziek” wordt vaak
afgewisseld met op het oor dezelfde playlist aan grijsgedraaide jaren 80 nummers.
En dan nog wat andere willekeurigheid
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
… maar terug naar de fietsen op het dak van de auto

Huanta
Nadat de fietsen in Huancayo op het dak zitten, stappen we in en vertrekken, uitgezwaaid door Victor en zijn vrouw. Het eerste half uur wurmen we ons al toeterend door de straten van de stad. Op de fiets is een stad uitfietsen geen feestje, maar met de auto is het zeer frusterend, zeker voor de chauffeur. Niemand toont enig verkeersinzicht of gunt de ander enige ruimte, met als gevolg dat alles volledig zinloos muurvast staat. Langzaam laten we de stad echter achter ons en rijden via de “snelweg” PE-3S richting het zuiden. Deze snelweg is rond de steden nog best druk, maar vervalt op een gegeven moment in een twee tot anderhalf baansweg, waarvan ook het asfalt op hele stukken verdwijnt en we over gravel met keien rijden. De weg zit vol kuilen en de chauffeur heeft al zijn aandacht nodig om deze te ontwijken. De uitzichten zijn echter prachtig tot spectaculair en wij genieten: de weg stijgt en daalt en kronkelt door een kloof.



Af en toe voeren we onszelf en de chauffeur toffees en gemoedelijk tuffen we richting Huanta, de plaats waar we het fietsen weer op willen pakken.
Rond een uur of vijf rollen we na 210km en zeven uur later (!) Huanta binnen. We worden opgewacht door een vriendelijke dame die ons voorgaat naar onze kamer. Ze spreekt zelf geen Engels maar laat haar wel Engels sprekende zoon ons bellen zodat we informatie krijgen en alle vragen makkelijk beantwoord krijgen. De zoon meldt dat er eerder fietsers in het hostel hebben gezeten en hij gaat ons de blog van deze Argentijnen doorsturen. Misschien hebben we iets aan de informatie, heel aardig van hem. We hebben een hostel met keuken en lopen de stad in om ons avondeten te scoren.
Huanta blijkt een heel leuke plaats. Het is netjes onderhouden, de wegen zijn verhard met asfalt en betonplaten en in goede conditie, mensen zijn allemaal reuze vriendelijk en het assortiment winkels is westers te noemen.
We kopen een ijsje op de Plaza de Armas en lopen een voetgangerszone (!) in op zoek naar een bakker voor brood. Een jongen met een microfoon houdt ons staande, duidt zijn sidekick aan met “cameravrouw” - een meisje met een mobiele telefoon op de selfiestick. Wij stellen ons voor als “turistas” wat enig gegiechel oplevert. In zijn andere hand houdt hij een kartonnen doosje met diepgefrituurde kippenpoten. We krijgen er een aangeboden en de vraag is: wat vindt u ervan? Heerlijk natuurlijk! En eerlijk, slecht zijn ze zeker niet.

Na de bakker te hebben gevonden en brood en empanadas met rund? eh nee toch
kip, gescoord te hebben, lopen we de Mercado in: de overdekte
groente en fruitmarkt. Deze is in de meeste plaatsen aanwezig, lokale boeren
en verkopers hebben hier kleine stalletjes waar fruit, groentes, kaas en vlees
wordt verkocht.
We halen de verse ingrediënten om zelf te koken:
paprika’s, knoflook, uien, plus een tros bananen als onderweg-voer. Rijst,
pasta en tomatenpuree hebben we altijd op voorraad bij ons, voor het geval
we een keer moeten kamperen. Op jacht naar yoghurt voor het ontbijt,
stuiten we op een winkel met “gezonde dingen” en vinden er zowaar yoghurt
zonder een smaakje. In de grote supermarkten vinden we die nog wel eens,
maar in kleine winkels zelden. En zelfs als er naturel op staat zit er vaak
toch nog een grote hoeveelheid suiker in.
Op weg naar ons hostel komen we langs een koekjeswinkel waar op basis van de
kleuren het glazuur al van je tanden springt, even binnen kijken :)
Achterin wordt nog druk koekjes van eigen deeg gebakken en wij staan na
een paar minuten buiten met een doos assorti. Op een bankje op het
centrale plein proberen we alle smaken. Een deel zandgebakjes, een deel
merengue, een deel zandgebakjes met glazuur. Het smaakt ons goed.
Terug in het hostel koken we ons potje en zetten we thee van de kruiden die onze hostess zo lief voor ons heeft geplukt.
De suicide shower krijgen we echter niet zover om warm water te produceren en we hebben geen van beide zin om er achteraan te gaan, dan maar een net niet heel koude douche.
Het verkeer dat in twee straten om ons hostel heen rijdt, toetert de hele nacht door, waardoor slapen er iets bij inschiet.
Ayacucho
De volgende ochtend worden we uitgelaten door een vriendelijke meneer (de man van) en fietsen richting Ayacucho.
Dit is de eerste dag na vijf dagen dat we weer op de fiets zitten en omdat
het op de PGD zo zwaar was, is het een beetje spannend weer te beginnen. We
zitten nu 1000 m lager op de wereldbol en de weg is geasfalteerd, dus het zou beter moeten gaan.
En dat is gelukkig ook zo. Vanaf Huanta fietsen we de PE-3S naar het zuiden.
Deze weg zullen we blijven volgen tot aan Cusco, circa 650 km verderop.
De route is dus vrij makkelijk te volgen en de GPS gebruiken we nauwelijks.
Het getal “3” uit de 3S komt vaker terug in onze reis: in accomodaties met meer dan een verdieping zitten we vaak op de derde verdieping. Of de tweede als je de benedenverdieping begane grond noemt. Dus misschien toch niets met een zekere drie eenheid en de katholieke sferen in deze wereld regio. Trouwens, waarom noemen wij het een verdieping, terwijl het eigenlijk een verhoging is. Maar goed, we dwalen af…
Onderweg zijn de uitzichten prachtig, niet zo dramatisch als op de PGD, maar zeker zwaar indrukwekkend, en zeker anders dan we ooit eerder hebben gezien. We stoppen geregeld voor foto’s.


Niet al te laat s’ middags rollen we Ayacucho binnen.
In geheel typisch Spaans koloniale pompeuze stijl werd de stad in 1540
gesticht als “San Juan de la Frontera de Huamanga”, maar gelukkig volstaat
tegenwoordig Ayacucho, nadat Huamanga volgens Bolivar de Revolutionair ook
niet goed genoeg was. Ayacucho is namelijk de plaats waar in 1824 de
beslissende slag werd geleverd in de onafhankelijkheidsoorlog met Spanje.
De randen van deze stad liggen tegen de bergen aan en de straten van de stad
zijn behoorlijk steil. We fietsen richting het hostel dat we via
Booking hadden uitgezocht, maar eenmaal daar blijkt dit aan een zeer drukke
weg te liggen. Met de avond er voor in het achterhoofd, besluiten we door te
fietsen en een ander hotel uit te zoeken.
We komen uit op een hotel waarvan in de recensies gemeld wordt dat het
rustig en stil is en waar voor je geld. De historische binnenstad van
Ayacucho heeft nog de ouderwetse indeling. Elk blok is volledig overdekt
met dakpannen behalve het in het midden liggende atrium. Elk blok heeft aan
een zijde de toegangsweg naar dit atrium. Zo ook de toegang naar ons hotel
dat inderdaad vrij rustig is voor een grotere plaats, ondanks dat het op
steenworp afstand ligt van het centrale Plaza de Armas plein.
We lopen in het late middagzonlicht door de stad, er is zowaar weer een kleine voetgangerszone (waar ook auto’s door komen) en kijken rond op een bontgekleurde markt en de met verkopers volgepropte straten er omheen.




We halen weer eens in de Mercado eten voor de volgende dag.

Van de blijkbaar 33 kerken (voor elk jaar van Jesus zijn leven een) bekijken we een aantal van de buitenkant.
De dag sluiten we af met “sjiek eten”: aan het centrale plein met vanaf het balkon zicht op para-militaire oefeningen van de fanfare. Het eten is heerlijk en de cocktail die we erbij bestellen ook.
Chumbes
Ayacucho ligt op 2800 m hoogte, we moeten klimmen naar een pas op 4264 m. Nadat we 1200 m hoogtemeters hebben getrapt besluiten we dat het beter overnachten is onder de 4000 m en vinden we een goed plekje op I-Overlander: een stuk oude weg, afgeschermd van de huidige weg, en van de wind.


De volgende dag klimmen we de laatste 400 m omhoog naar een niet erg vlakke hoogvlakte, waar we gezelschap hebben van Vicuñas. Het landschap op deze hoogte is weer typisch desolaat waar naast het ruisen van de wind een volledige stilte heerst.


De weg slingert hier mogelijk nog erger als voorheen als een dronken slang. We hebben zowel wind mee als wind tegen, op een punt kijken we terug en blijken we in een U te hebben gefietst: een gebouw waar we een poos geleden langs kwamen zien we nu recht voor ons aan de overkant van een vallei. In zekere mate een tocht om U tegen te zeggen (badda-boom!).
Na een poos gefietst te hebben op hoogte, dalen we 40 km lang af naar Chumbes. In dit gehucht vinden we een net hostel met heet water en een uiterst vriendelijke hostess.


Opgeknapt na een loeihete douche vinden we zelfs een tienda met alles voor ontbijt plus een nachtje kamperen indien we morgen Uripa niet halen :) Langs de doorgaande weg zitten een paar eetgelegenheden, wij kiezen weer eens een Chifa en bestellen een arroz chaufa (gebakken rijst met kip en groente) en tortilla arroz (omelet met groente en rijst). Het eten wordt geserveerd met mierzoete hete thee en alles smaakt prima.
In Peru worden veel plaatsen na het donker juist levendiger doordat mensen de straat op gaan voor boodschappen, sociale contacten, uit eten en drinken of wat flaneren. We willen de paar straten van Chumbes niet tekort doen, maar we duiken toch vroeg in bed. Chumbes blijkt een heerlijk stil dorp en we slapen erg goed.
De volgende dag gaat de route nog ca 20 km bergaf. Deze kilometers leggen we in een mum van tijd af. Na de brug over de rivier de Pampas gaat het een poosje op en neer langs de rivier en door vriendelijk ogende dorpjes. In deze Valle Pampas vallei wordt fruit gekweekt en wordt de lokale Chanka Kichachi likeur gemaakt.


We stijgen van 2000 m langs de rivier naar 3250 m hoog, halverwege een bergkam. Omdat de eerste kilometers erg rap gingen hebben we nog een groot deel van de dag om deze meters te klimmen.
Onderweg vertraagt een auto in snelheid, uit het raampje wordt een arm
gestoken en krijgen we al rijdende manderijntjes aangereikt. De hand steekt
nog een duim op en onder het geroep van een bemoedigende kreet trekt het
oude barrel weer op. Iets soortgelijks ervaarden we alweer tijden geleden
langs de PanAm: tijdens een pauze stopte een busje waaruit we een paar
passievruchten aangereikt kregen. Heel lief.
Iets minder praktisch was het vriendelijke aanbod van twee door bierflesjes
omringde mannen die ons bij de klim uit de Valle Pampas driftig
wenkten om een biertje mee te drinken. We hebben vriendelijk bedankt.
Tegen drie uur ’s middags komen we in Uripa aan. Onderweg hebben we gelunched in het dorpje Chincheros, waar ons een andere fietser passeert. De (waarschijnlijke) Spanjaard stopt even voor een praatje. Hij heeft dezelfde ‘zorgen’ als wij: een visum van 90 dagen voor Peru en dus is ook hij grotendeels uitgeweken naar de PE-3S en doet hij een klein stukje van de PGD, maar dan alles van Zuid naar Noord.
Uripa

Uripa blijkt een keurig dorp te zijn met een vrij sjiek hotel aan de Plaza de Armas. We lopen naar binnen en vragen naar de prijzen. Met 120 soles (€30) wel wat aan de prijs, maar inclusief ontbijt en de kamer ligt aan de fraaie tuin aan de achterzijde van het grote pand: heerlijk rustig. We nemen onze intrek, de fietsen kunnen in de tuin en na het douchen lopen we het plaatsje door. Door een uithangbord bij een tienda besluiten we toch eens te kijken naar die lokale likeur: voor een plastic fles van een halve liter betalen we een hele 5 soles (€1,25).

Met de fles op zak, gaan we op zoek naar ons bijna dagelijkse ijsje. We vinden een heladeria met een heuse menukaart. De dames maken er werk van en na een half uurtje staan onze opgemaakte coupes en koffies op tafel. We proeven naast de ijsjes de likeur. Het heeft het meeste weg van een kruidenbitter, Juttersbitter met een scheutje honing. Uiteraard reuze gezond met al die kruiden ! Best te drinken! En we zijn er niet blind van geworden.

Na de ijsjes lopen we terug naar het hotel. In het restaurant van het hotel bestellen we ons avondeten en zoals vaak, als je net iets meer uitgeeft, is het eten heerlijk. We hebben beide rundvlees en het is tot nu toe een van de betere stukken en erg lekker klaargemaakt.
Ondanks de rustige kamer met goede bedden slaapt vooral Elma beroerd. Onderweg naar Uripa hebben we langs de weg pauze genomen en zijn we door voor ons onzichtbare kleine vliegen of muggen gestoken of gebeten. Deze beten hebben zich ’s nachts ontwikkeld tot grote, enorm jeukende bulten. Daarom is de volgende dag de eerste stop de Farmacie. Elma laat de bulten op haar armen zien aan de juffrouw en staat 5 minuten later weer buiten met pilletjes antihistamine en een crème die verdacht veel op Azaron lijkt. De crème wordt toegediend en de pilletjes bewaren we voor vanavond, mochten ze echt nodig zijn.
De fietstocht Uripa uit is precies omgekeerd van die van Uripa in: we beginnen meteen met het resterende deel van de klim. We moeten een pas over van 4250 m. De klim erheen is nog 30 km waarin ca 1100 m geklommen moet worden. Tegen 13 uur bereiken we de pas, zonder echt heel zware, lees steile, stukken te hebben hoeven fietsen. Ook van het feit dat op deze hoogte minder zuurstof aanwezig is hebben we inmiddels minder last.
De uitzichten onderweg zijn mooi en in de verte liggen zelfs bergen met sneeuw.

Na de pas gaat het weer naar beneden. We hoeven nauwelijks nog te trappen en suizen het dal in. In twee uur hebben we de 45 resterende kilometers afgelegd en komen we aan in Andahuaylas. We zien de stad al in de laagte liggen tijdens de afdaling. Het is een vrij grote plaats en als we binnen fietsen krijgen we niet een erg rooskleurig beeld. De stad is vol verkeer, afval, bouwvallen, kortom chaotisch en vies. In een parkje zoeken we op onze telefoons een hotel met aardige recensies en kiezen er twee. Als we bij de eerste aankloppen blijken zij nog een kamer te hebben. Die kunnen we krijgen als we willen. Wij vragen altijd of we de kamer ook even mogen zien. De dame achter de balie stelt dat, omdat er maar een kamer vrij is, het niet nodig is deze vooraf te zien. Keuze is er immers niet. Elma bedankt de dame voor de info en meldt dan wel een ander hotel te zoeken. Onze tweede optie is een hotel dat via Booking te boeken is. Het is aan de prijs, maar we gaan er dan ook vanuit dat het top is. We boeken het hotel via Booking en fietsen heen. In hotel Casa La Mansion worden we allerhartelijkst ontvangen. We vragen om een rustige kamer ergens ver weg van de straat. Dat lukt en we krijgen een kamer met zicht op de binnentuin en met een klein balkon en een goede hete douche.

Om de reeks met Spaans koloniale pompeusheid door te zetten: in 1533 werd de stad gesticht als “San Pedro de Andahuaylas La Grande de la Corona”. Afgezien van een bruut was meneer Pizarro nogal van het mondvol benoemen van plaatsen. Dat moet toch een hoop gekras zijn geweest met je ganzeveer gedoopt in inkt om je adres op een brief te krijgen.
De stad heeft op ons geen goede indruk gemaakt, maar we wandelen toch naar de Plaza de Armas. We moeten tenslotte ook iets eten en we zijn er nu toch. Aan de Plaza zitten diverse koffie cafeetjes en bij een ervan eten we een groot stuk chocoladetaart en drinken koffie met melk. Peruanen houden mogelijk niet van sterke koffie en ook dit bakkie had wel iets meer koffie kunnen hebben (ja, ondanks de melk). De taart is heerlijk. En gelukkig valt bij nader inzien het centrum van de stad reuze mee. Rond de Plaza is alles keurig voor elkaar en gezellig ingericht. Na de koffie kijken we of Internet iets te melden heeft over een restaurant. Een “restobar” één blok verderop klinkt niet verkeerd en blijkt een goede keuze. De “risotto van quinoa” en de pasta con tres quesos smaken dan wel niet Italiaans, lekker zijn ze wel! Waarschijnlijk valt dit onder de Peruvian fusion food waar we geregeld over horen.
We slapen goed. We besluiten een dag bij te boeken om na 5 dagen flink op en neer fietsen de spieren een dagje rust te gunnen.
Het ontbijt is inclusief en goed. Het nachtje bijboeken loopt wat minder soepel. Tot nu toe was er nauwelijks sprake van drukke bezetting in de accomodaties, soms waren we zelfs de enige gasten. Dus tot onze verbazing wordt er gefronst, overlegd, in een computer gestaard en dan een grote glimlach: ja dat kan wel, maar dan moeten we wel verkassen naar een andere kamer. Prima, als die niet een te klein bed heeft is ons commentaar.
De tweepersoonsbedden zijn in Zuid Amerika wel eens (te) klein voor personen van Noord Europese afmetingen. Ook hier haalt deze bij lange na niet wat wij een twijfelaar zouden noemen. Na veel verwarringen over of er een kamer voor ons is en of daar ook een redelijk bed in staat, belt de dame Engels sprekende ‘Andre’. Hij weet duidelijk te maken dat we een kamer krijgen met twee bedden. Oh, prima!
We lopen van het hotel naar het volgende dorpje: San Jerónimo. Het dorp is opgeslokt, door het grotere Andahuaylas, maar heeft nog wel haar eigen plaza de Armas en Mercado. Het is een mooi onderhouden en rustig dorp. We doen onze boodschappen voor het eten en snacks voor morgen onderweg en eten een heuse Snickers bij een ietswat bombastische fontein.

Omdat we pas over een uurtje onze kamer in kunnen besluiten we terug te lopen en door te lopen naar de Plaza de Armas van Andahuaylas. We lopen via een andere straat dan de avond er voor en komen alweer terecht in een soort voetgangersgebied (straat) met veel winkeltjes. Het doet gezellig aan en als we op het plein uitkomen, stellen we onze mening over deze plaats na de niet te beste eerste indruk toch bij. Het centrum van Andahuaylas is prima. In een ander cafeetje dan de vorige dag doen we ons tegoed aan taart en koffie. De koffie is hier beter en de taart is wederom heerlijk. Naast de taart verkoopt men ook empanadas, die we in het park opeten.
Huancarama
Na twee nachten verlaten we de 26e juni Andahuaylas en fietsen richting
Huancarama. Het is een tocht van 84 km en we moeten uiteraard een berg over
en de top ligt op ruim 4100 m, met een klim erheen van 34 km.
We gaan er voor om dit in een dag te halen.
De fietstocht is prachtig en de uitzichten erg mooi (ja, we
vallen in herhaling).
Onderweg zien we de kale vlaktes, diepliggende valleien en besneeuwde
toppen van de Andes.

Na de top gaat het zonder trappen naar beneden en vlak voor Huancarama komen we Jesus tegen die zijn blik over de vallei laat gaan.


Om het dorp binnen te kunnen fietsen moeten we van de PE-3S af. Het dorp wordt niet vaak door toeristen bezocht, merken we direct aan de vele nieuwsgierige blikken. We vallen overal wel op, maar hier worden we echt aangestaard. We stoppen bij Hotel Milton op aanraden van andere bloggers en de diverse apps en lopen naar binnen om te informeren naar een kamer. Een donkere gang leidt tot een binnenplaats, een oase van rust, waar omheen de kamers liggen. De vriendelijke dame geeft aan een kamer voor ons te hebben, maar de kamer moet nog even gepoetst. Geen probleem, wij gaan nergens meer heen. Voor 40 soles krijgen we een gepoetste kamer met eigen badkamer met warme douche, geen geld (€10). Omdat we moe zijn en geen zin meer hebben in het zoeken naar eten en meer starende blikken, besluiten we ons eigen potje te koken in de kamer. Een brandalarm hebben we nog in geen enkel hotel kunnen ontdekken. Onze brander maakt enorm veel herrie en we verwachten elk moment dat een boze dame in onze kamer binnenstormt en ons uit het hostel zet. Maar dat gebeurd niet en na circa drie kwartier zitten wij aan een bord spaghetti met tomatensaus, paprika, wortel en ui, maar zonder de gebruikelijke knoflook, want we waren bang dat ze dat zeker zouden ruiken. Ook zonder knoflook lekker gegeten!
We slapen redelijk en de volgende ochtend stappen we weer op de fiets. Nog even langs een tienda voor water en bananen en we kunnen op weg naar Abancay. Voor we het dorp uit zijn worden we “getackeld” door een docent en een groepje studenten. Ze studeren Toerisme, of ze ons ook het een en ander mogen vragen. Natuurlijk mag dat en al stotterend krijgen we wat vragen in het Spaans over waar we vandaan komen, waar we heen gaan, de omgeving en of we het ook mooi vinden in Peru. Wij proberen de studenten duidelijk te maken dat Engels spreken grote voordelen heeft in de wereld van het toerisme, maar daar wordt voornamelijk om gegiecheld.
Na de gebruikelijke fotosessie nemen we afscheid en fietsen het dorp uit de PE-3S weer op. De klim is niet erg hoog (voor Peruaanse normen), de pas ligt op 3400 m, daarna gaat het rap omlaag naar de Lambrama rivier, waar we met een grote omweg over een brug naar toe gaan. Na de brug kun je ook door een kloof richting Nazca, een paar honderd kilometer richting kust. Wij buigen echter af om eerst de poot van de U terug te fietsen langs de rivier, en daarna de laatste 20 km weer te klimmen naar de stad Abancay.
Abancay
Abancay is een verbastering van het woord amankay, de naam van een bloem in het lokale Quechua dialect. De Spanjaarden moesten daar nog wat mooiers van maken “Abancay, Villa de los Reyes”. We hebben geen idee waar dit precies op moet slaan. Wij zien de stad al liggen vanaf de pas, maar het is dan nog zo’n 50 km fietsen via vele, vele haarspelden.

Het allerlaatste stuk van de klim naar Abancay is ‘killing’ en we komen
met de tong op de schoenen aan. Niet zozeer omdat de klim zo steil is, maar
er is heel veel verkeer op de weg, het wegdek in de stad is heel slecht en we
moeten regelmatig uitwijken voor passerende vrachtwagens en chauffeurs zonder
verkeersinzicht. Over het algemeen moet opgemerkt worden dat in Peru overige
verkeersdeelnemers meestal met genoeg ruimte fietsers passeren. Op een
enkele uitzondering na, maar dat is zelfs in Nederland niet anders.
De PE-3S slingert zich in haarspeldbochten door Abancay. We
proberen het alternatief door via een van de in grid
vorm aangelegde straten te fietsen. Maar zoals in veel plaatsen in Peru
kunnen deze zeer steil zijn. Dat is in Abancay zeker het geval. Dus toch
maar die PE-3S weer op met het slechte wegdek en meer kilometers, maar minder hellingspercentages.
Dat slechte wegdek in veel plaatsen valt ons vaker op. De “Rijks"wegen zijn buiten de bewoning in goede staat, maar zodra er een dorp of stad aan ligt, wordt het wegdek heel slecht. Mogelijk is het een verantwoordelijkheids- of budgetprobleem, wie moet het onderhoud betalen?
We nemen ons intrek in een hotel bovenin de stad en blijven twee nachten. Het voordeel is dat we, als we weer verder fietsen, de stad niet meer door hoeven. Het nadeel is dat we 1,7 km naar beneden moeten wandelen naar het centrale plein en vervolgens weer steil omhoog om bij het hotel te komen. In de recensies van Booking staat dat het een rustig hotel is, maar daar hebben wij weinig van gemerkt. Het verkeer raast een groot deel van de nacht langs en vanwege de steile hellingen gaat dat gepaard met veel herrie. Daarnaast heeft het hotel automatische verlichting die bij het minste en geringste aanspringt en onze kamer volledig verlicht door het gebrek aan gordijnen boven de deur. Dit curieuze deur-raampje komen we vaker tegen in Peru, of een raam naar de gang met gordijnen waar je doorheen kunt kijken.
Maar al die bagage die we meeslepen komt van pas: gewapend met handdoeken en plakband tapen we het raam boven de deur vakkundig lichtdicht, ook daar worden we steeds handiger in.
We hebben een rustdag voorzien in Abancay en we wandelen verschillende keren naar de Plaza de Armas. Aan de Plaza vinden we een Heladeria met heerlijk ijs. Door een spraakverwarring krijgen we geen bakje met drie verschillende smaken bolletjes, maar een coupe met drie bolletjes per verschillende smaak. Ons hoor je daar niet over klagen en we eten het allemaal met smaak op.

Op zoek naar wat te eten overwegen we even een Sushi restaurant. Eenmaal voor de deur zien we een leeg restaurant met een groot tv scherm waarop halfnaakte paaldanseressen hun kunsten (?) laten zien. Eh… nee, toch maar even verder kijken.
In een restaurant in een van de winkelstraten is een heuse bar ingericht met uitzicht over straat. Hier dan maar een cocktail proberen. Het duurt even voor een van de ober daadwerkelijk naar ons toekomt om te vragen of we ook iets willen bestellen, we zijn al bijna weggelopen. Niet dat de obers het te druk hadden, er zit op dat moment nog niemand in het restaurant. De ober blijkt erg aardig en maakt een zeer professionele indruk bij het maken van twee pisco-sours, een cocktail die je in heel Peru kunt krijgen. Tijdens de cocktail besluiten we de uiterst originele keuze te maken en bij een Chifa te gaan eten. Maar wel aan het centrale plein op de 2e verdieping met uitzicht over het plein. We bestellen een 2-persoons menu en wachten hoopvol af. Het blijkt een goede keuze. Na de soep komen de hoofdgerechten: rundvlees met ui en paprika, kip in zoetzure saus, gewokte groentes en salade en een groot bord gebakken rijst met groentes. Lekker hoor. We doen ons best alles op te eten, het lukte bijna.
De tweede dag in Abancay lopen we nog wat rond, maar veel meer dan wat we de dag ervoor hebben gezien lijkt Abancay niet te bieden. Er schijnt nog een fraai stukje katholiek bijgeloof ergens rond te hangen: iets over een Maria beeld dat meerdere malen zoek raakte en uit zichzelf naar een andere plaats gewandeld leek te zijn. Daar is dan maar een kapel gebouwd, waarna de hele plaats is uh verplaatst naar deze plek. We zijn de kei met het Maria beeld niet tegengekomen.
Tijdens de wandeling door Abancay moeten we ook hier constateren dat men in
Peru minstens 5 kilo kip per persoon per week lijkt te eten. Er zijn enorm
veel zaken die kip verkopen: zowel om thuis te bereiden als een overvloed
aan eettentjes die allemaal iets met kip aanbieden, zonder veel
onderscheidend vermogen.
Wij zijn op zoek naar iets anders, en na lang zoeken vinden we zowaar
een tentje waar ze goede (!) koffie verkopen en enorme hompen heerlijke
taart. Gezien deze zoete maaltijd en het overvloedige avondeten van de dag
ervoor besluiten we dat we toekunnen met empanadas met rundvlees en kaas
als avondeten.
Curahausi
Na het ontbijt in het hotel stappen we weer op de fiets, richting Curahuasi,
70 km en over een top van bijna 4000 m. In Curahuasi hebben we een
fantastisch hostel gespot op internet en daar kijken we de hele route naar
uit: rustig en stil moet het er zijn, daar zijn we als accommodatie voor de
overnachting wel aan toe. De tocht naar Curahuasi is mooi. De klim is 34
km lang en gaat van 2560 m naar 3988 m, daarna volgt een afdaling van nog
eens 30 km.
Curahuasi ligt zelf weer iets hoger, maar het is maar een korte klim aan het
einde van de dag.

In het dorp zoeken we het hostel. Het ligt iets tegen de berg op en de weg ernaar toe is duidelijk in onderhoud. Een slordig zand- grindpad gaat met steile hellingen naar het hostel.

Voordat we voor niets met onze zwaarbepakte fietsen naar boven zwoegen, gaat Elma scouten of we welkom zijn. Ze loopt het steile pad op en komt uit op een parkeerplaats met aan het einde een soort Zwitsers chalet. Binnen lijkt een verbouwing gaande te zijn, op haar geroep komt geen reactie. Na nog wat andere trappen, gebouwtjes en geroep blijkt in een achtertuin een dame de was te doen. Enig handen-en-voeten conversatie later wijst ze een kamer aan. Voor 80 soles hebben we een heerlijk rustige kamer met eigen sanitair. Voor bevestiging wijst ze op een telefoonnummer, maar wij hebben alleen data, en ons Spaans is niet toereikend indien het gesprek verder gaat dan de beoogde boeking van een kamer. Zelf wil de dame niet bellen.
We besluiten maar te vertrouwen op de opmerking van de schoonmaakster dat het wel goed komt en morgen afgerekend kan worden. We duwen de fietsen omhoog, slepen de tassen naar boven, de schoonmaakster poetst nog wat betongruis weg. Op het bed ligt, geheel naar Peruaanse gebruik, één handdoek. Wanneer we om een tweede vragen krijgen we ook de optie om voor 20 soles extra een balzaal van een kamer met een reuze tweepersoonsbed te betrekken. We Appen naar wij denken de eigenaar dat we naar kamer 15 zijn verkast en dat we weten dat die 100 soles moet kosten. Na twee minuten hebben we antwoord: OK. Vervolgens komt er nog een app binnen, waaruit we leren dat de schoonmaakster Antonia heet, want het is blijkbaar haar nummer. Het bericht blijft hetzelfde: morgen kunnen we bij de baas betalen…. OK.
Terwijl we op de stoep voor onze grote kamer een potje koken verschijnt een auto waaruit de eigenaar verschijnt. Hij kijkt naar ons camping kookstel en zegt: “praktisch !”, en geeft de bevestiging dat we mogen blijven. Er lijkt verder niemands anders in het complex te zijn. We overhandigen 100 soles en ontvangen een goedenachtwens. Het is precies zoals we hadden gehoopt: rustig, donker, uitstekend bed, lekkere douche. Zalig geslapen! Wat een fijne plek!
Limatambo
Met enig pijn in het hart verlaten we dit fijne plekje om door te fietsen naar Limatambo. Limatambo ligt halverwege een klim met veel hoogtemeters, te veel voor een dag, daarnaast schijnt daar de archeologische site Tarawasi te liggen. Misschien kunnen we daar in de middag na de klim nog even langs. Eerst is het nog 26 km naar beneden, maar na 10 km met prachtige uitzichten moeten we in de ankers: een file. Als fietsers halen we de file natuurlijk in en sluiten vooraan aan. Het blijkt een wegafsluiting vanwege werkzaamheden. We zien inderdaad aan de overzijde van de brug mannetjes aan de bergwand hangen, in de weer met drilboren. Bij navragen hoe lang de weg dicht blijft krijgen we te horen: een half uur tot twee uur. We gaan er maar rustig bij zitten. Na ongeveer een half uurtje staat iedereen op en rent naar zijn auto of motor. Blijkbaar is het signaal gegeven en voor wij goed en wel op de fiets zitten zijn de eerste motoren al langs de afsluiting. Wij fietsen ook de boog rond de brug en als we aan de andere zijde de weg weer oprijden wachten we tot de hele file langs is. De vertraging viel gelukkig mee en vanwege de afsluiting is het erg rustig op de weg.
We dalen af naar de Apurimac rivier, oftewel Quechua voor “het voornaamste orakel dat spreekt”. De 730km lange rivier wordt wel gezien als een van de meest afgelegen bronnen voor de Amazone rivier en stroomt door nauwe kloven met dieptes tot 3000 m, bijna twee keer zo diep als de Grand Canyon.

Saillant detail is dat de vallei van deze Apurimac rivier ten westen van Abancay als “no go zone” wordt bestempeld: de hele wereld weet dat hier het witte poeder wordt geproduceerd wat westerse mensen in hun neus stoppen om zich 15 minuten oppermachtig te voelen.


De route omhoog gaat langs de Berbejo rivier, wat voor mooie plaatjes zorgt. Dan komt de volgende vertraging, Albert heeft een lekke band. Elma zet haar fiets aan de kant en merkt op dat er ook in haar band doorns steken. Ergens zijn we door doornen gefietst en beide voorbanden zijn lek. Met een pincet trekken we de stekels uit de banden. De achterbanden blijken niet geperforeerd en van beide voorbanden vervangen we de binnenbanden met nieuwe. Later als we in het hostel zijn plakken we dan de oude. Al met al kost het vervangen ruim een uur en schieten we niet hard op. Daarnaast heeft Albert al een tijdje het gevoel dat zijn achterband een bobbel heeft en dat gevoel wordt steeds erger. Visuele inspectie levert een scheur in de buitenlaag van de buitenband op en we besluiten deze band te vervangen zodra we in het hostel zijn. Na een troostijsje fietsen we door en komen zonder verdere tegenslag in ons hostel in Limotambo aan.

Posada de Carmen wordt gerund door een vriendelijke familie. De dochter is een jaar of tien en spreekt een aardig woordje Engels. Ze laat ons haar vijf kwartels zien en vertelt hoe ze heten. Wij laten foto’s zien van onze parkieten en verzinnen een aantal namen. We hebben zogezegd een goed gesprek :)
We vervangen Albert zijn achterband met een nieuwe en plakken de kapotte binnenbanden van eerder op de dag, vijf minuscule gaten maar liefst. Daarna een fijne warme douche. We laten de archeologische site voor morgenvroeg en lopen het dorp in. Dat blijkt best een leuk dorp met meer winkeltjes, restaurants en hostels dan de grootte van het dorp zou vermoeden. Er is van alles te krijgen dus we scoren eten voor eventueel kamperen morgen plus snacks voor onderweg, want het wordt weer een lange tocht met een stevige klim. We eten weer eens bij een Chifa en slapen heerlijk door het gebrek aan lawaai. De bouwvakkers die ook in onze hostel slapen, doen nog wel een poging maar hun feestje houden ze gelukkig niet lang vol.
De volgende dag fietsen we eerst naar de archeologische site 2,5 km verderop. Er staat een verlaten huisje met wat ooit de kassa was en de twee tempelpodia zijn overgroeid. Hier is al heel lang niemand geweest. We maken een foto van afstand en laten het daarbij. Met alle mooie archeologie in deze regio is dit ook niet echt de moeite van een bezoek waard. We gaan weer door, fietsen naar Ollantaytambo naar de echte mooie sites.

Naar Ollantaytambo en de Valle Sagrado
Een lange tocht van 84km met bijna 1400 hoogtemeters en gehannes met materieel
Na de blik op Tarawasi fietsen we de resterende klim de berg op. Het is een mooie tocht die begint in bewoning, dan door eucalyptusbos gaat om vervolgens in een kaal, toendra-achtig landschap de top van de berg te bereiken. De klim gaat voorspoedig en met twee korte pauzes, eentje voor het verorberen van twee bananen en eentje voor twee broodjes (verse lokale kaas, en jawel pindakaas) zijn we voor 14 uur de top over.


Daarna gaat het naar beneden. We zijn nog niet goed en wel aan de afdaling begonnen of Albert wil stoppen. Zijn achterband hobbelt: “het lijkt wel of ik op een hobbelpaard zit!”
Het is een ander soort hobbel dan de bobbel van gisteren, waarvoor we een nieuwe achterband hebben gemonteerd. We parkeren de fietsen. Fiets op de kop, band leeg laten lopen en de binnenband controleren. Alles lijkt in orde, dus weer alles in elkaar en oppompen. Het enige wat we kunnen bedenken is dat de buitenband een vouwband is en er mogelijk nog wat vouwen moeten worden glad gefietst.
Na een onrustige, hobbelende afdaling komen we in een vallei terecht die ongeveer vlak is.
De band blijft hobbelen, wat met name in de afdalingen niet fijn is. We herhalen de exercitie van het leeglopen en weer oppompen nogmaals onderweg, maar het helpt allemaal niet. We besluiten al hobbelend door te fietsen tot Ollantaytambo waar we twee nachten blijven. Daar zoeken we het euvel wel op en kunnen we het rustig fixen.

We verlaten de PE-3S richting Ollantaytambo.


We fietsen een mooi dorpje in dat aan de tijd lijkt te zijn ontsnapt. De oudere vrouwen in klederdracht verkopen snacks vanuit karretjes op straat, kinderen rennen of rollen op rolschaatsen en steps over het centrale plein, alles doet aan alsof het al jaren zo gaat. Wij eten onze laatste bananen en kopen een ijsje en een sportdrankjes op het plein. Het is inmiddels drie uur en we moeten nog 32 km naar Ollantaytambo. Merendeels bestaat dit uit afdalingen, maar ook een aantal kleine klimmen en die worden zwaarder naarmate de dag vordert weten we uit ervaring. We besluiten dat we altijd nog kunnen gaan kamperen als we het niet voor het donker halen en gaan op pad.
Direct buiten het dorp fietsen we tegen een afzetting aan. Nee, ook wij moeten de omleiding volgen en echt: dat is niet verder of zwaarder dan de originele weg. Behalve dan dat het origineel geasfalteerd is en niet uit gravel bestaat en een kilometer of vijf korter is, op de fiets een half uur vertraging zeg maar.

Braaf volgen we de aanwijzingen van de juffrouw op en volgen de gravelweg door de vallei. De weg blijkt mee te vallen en de uitzichten over de vallei zijn erg mooi. Omdat nergens bordjes staan slaan we uiteindelijk een weggetje naar links in dat volgens onze kaarten weer op de originele weg moet uitkomen. Het is een korte steile klim een volgend dorpje in en we blijken in de staart van de afzetting terecht te komen, net iets te vroeg afgeslagen. Met het einde van de werkzaamheden in zicht maken we de keuze er dan maar langs te fietsen. De wegwerkers vinden het grappig en groeten ons vriendelijk. Een enkele opzichter probeert ons met een streng gezicht en donkere stem terug te sturen, maar zijn werkende collega’s gebaren ons breed grijnzend gewoon door te fietsen: kan best. En dat blijkt ook, want een minuut of tien later zijn we voorbij de afzettingen en worden we vrolijk uitgezwaaid door de wegwerkers. We vervolgen het hier gloednieuwe asfalt naar het volgende dorp in de vallei. Ook dit dorp is prachtig. De straten zijn in patronen met keien verhard, wat er prachtig uitziet maar matig fietst. In donkere kleine huisjes zijn winkeltjes gepropt, mensen lopen in klederdracht en iedereen groet ons vrolijk.

Na het dorp draaien we een kloof in die we volgen tot de afslag naar Ollantaytambo. De kloof is prachtig! De weg slingert zich er door heen, klimt en daalt, en is soms door land verschuivingen versmalt. Wat is het hier mooi! Ondanks het feit dat we ons enige zorgen maken niet voor het donker Ollantaytambo te bereiken stoppen we geregeld voor foto’s. Albert hobbelt tijdens afdalingen bijna van zijn fiets, dus we moeten het ook wel rustig aan doen.

De laatste kilometers naar ons doel gaan over een smalle drukke weg. Hier rijden namelijk ook alle bussen, busjes en taxi’s die toeristen vervoeren tussen Cuzco, Pisac en Ollantaytambo. En dat zijn we nogal wat. Iedereen die Machu Picchu wil bezoeken moet langs deze weg. Wij trappen de laatste 7km door en zien Ollantaytambo verschijnen. Het dorp ligt hoger dan de weg, dus nog even klimmen en… dan blijkt de weg naar het dorp afgesloten voor werkzaamheden. We volgen opnieuw een omleiding. Deze keer op een nat gemaakte weg (tegen het stuiven) van modder met grote keien en heel erg veel verkeer dat in beide richtingen rijdt, maar net niet naast elkaar past. We zitten geregeld klem. Deze omleiding blijkt 3 km te zijn voordat er een afslag is die ons terug voert naar het dorp. We fietsen parallel aan de omleiding en iets hoger tegen de berg weer 2,5 km terug, onder de modder en knap chagrijnig.
Voor we het dorp in fietsen zoeken we op Internet een hostel uit
en fietsen richting de Plaza de Armas. Bij het naderen van het dorp valt al
op dat het een mooi onderhouden, authentiekig Inca achtig dorp is.
Opgetrokken uit muren van gestapelde keien, kleine straten, heel mooi. Bij
het nemen van de bocht naar het centrale plein staan we ineens midden tussen
de toeristen. We hadden zeker verwacht dat we niet de enige Gringo’s zouden
zijn, maar dit lijkt Volendam wel. We moeten even mentaal schakelen, zoveel
hebben we er nog niet bij mekaar gezien sinds de start van onze reis.
Aangekomen op de Plaza blijkt het door ons gekozen hostel aan de afgesloten straat te liggen, jammer want dat betekent geluid van de wegwerkzaamheden. We zoeken een ander hostel uit en gaan voor eentje die vanaf de Plaza te bereiken is maar binnen het woonblok ligt, dus weinig overlast van straatgeluid zal hebben. Onze fietsen kunnen veilig in de steeg staan en we krijgen een kamer op de (uiteraard) derde verdieping.
En dan is het 1 juli, de komende dagen gaan we nog wat fietsen, maar ook de toerist uithangen: door de “Sacred Valley”, archeologische sites bezoeken en Cusco bekijken. Tot de volgende !
Foto’s
[door op de eerste foto te klikken, kun je doorklikken links/rechts naar de andere foto’s]






























































