
Onder een strakblauwe lucht lijkt de kaarsrechte weg aan de horizon te
verdwijnen in een fata morgana. Aan beide kanten bestaat het uitzicht uit
een lege woestijnachtige vlakte zonder bomen, her en der getooid met
lage struiken en hard geel gras, dat er dood en verdord uit ziet, maar
waarschijnlijk van het hardnekkige soort is om hier te kunnen overleven.
We passeren een bord met twee snelheidslimieten: een ondergrens van 55km/uur.
Al buffelend tegen een stevige tegenwind kunnen we ons op de fiets
hier weinig van aan trekken, maar gelukkig trekken veel Peruaanse autobestuurders
zich ook weinig aan van de 80km/uur maximum snelheid. Zo zitten we fijn op
een lijn het eindeloze asfalt op te eten. De meerderheid van het
verkeer gaat ruim om ons heen. Soms is de bestuurder een artiest,
die dan even onze tocht voorziet van een eigen gecomponeerde soundtrack
bestaande uit korte claxon stoten, als motivatiemelodie voor onze moedige
inspanningen.
De ontmoeting met het verkeersbord is op onze derde fietsdag in Peru,
voordat we terug gaan naar de grens, eerst het volgende:







