
De Peru Great Divide is een informele fietsroute over het Andes gebergte.
Het is een van de mooiste en zwaarste routes: door dun bevolkt gebied
stuiterend over slechte onverharde wegen, voortdurend (steil) stijgend en
dalend over zeker 15 passen boven de 4000m (een zelfs 4960m).
Adembenemend zijn de onbeschrijfelijk mooie landschappen, naast het
zuurstofgebrek bij de inspanning op hoogte.
De rust en stilte en het eenvoudige leven van de traditioneel geklede Andes
bevolking staan in groot contrast met het stedelijke Zuid Amerika.
De geharde licht bepakte fietser kan van Huaraz tot Abancay over 1600km de
beenspieren en longen een serieuze workout geven.
Het netwerk van wegen wordt gebruikt door de lokale bevolking, maar het komt
regelmatig voor dat de dag verstrijkt zonder het zien van een enkel
voertuig. Meer frequenter gezelschap vormen schapen, llama’s, alpaca’s en vicuñas.
De tijd lijkt stil te hebben gestaan: lemen hutten met daken van stro of
een kleine collectie stenen huizen zijn naast de spaarzame grotere dorpen de
enige menselijke aanwezigheid. Vee graast tot boven de 4000 meter.
Af en toe verschijnen door stenen muurtjes afgebakende velden.
Wild kamperen en drinkwater filteren uit een stroompje geven een extra gevoel van avontuur en verdieping van de ervaring.
Het Andes gebergte is een ruig landschap met scherpe pieken, soms met sneeuw en
gletsjers bedekt. Het geweld van de vorming van het landschap door
tectonische activiteit is actief zichtbaar.
De mineralen schilderen het landschap in een verscheidenheid aan kleuren,
geholpen door het spel van licht en schaduw.
De weidsheid, grote luchten en onherbergzaamheid plaatsen de nietige mens
terug op zijn plaats.
Het begin van de Peru Great Divide via het Huascaran National Park
De meeste fietsers ondernemen deze tocht op mountainbikes met brede banden en een minimum aan bagage. Wij hebben geen van beide en ook geen idee of de tocht te zwaar is voor ons en onze fietsen. We hebben smallere banden en meer bagage, maar we gaan ervoor en zien wel waar we stranden. Na Huaraz zijn we het Huascaran National Park ingefietst en hebben we onze tent opgezet op de parkeerplaats van het verlaten bezoekerscentrum.
Onze reguliere routine is dat Elma de tent opzet, en de bedden klaarmaakt, terwijl Albert zich bezig houdt met de maaltijd. We zitten net te eten en genieten van het feit dat er helemaal niemand is, als we een bekend geluid horen dat we even niet kunnen thuisbrengen. Langzaam dringt het tot ons door dat het een drone moet zijn. Dat betekent dat er ook mensen zijn en zeer waarschijnlijk Gringo’s. We gaan op onderzoek uit en lopen naar het bezoekerscentrum. Daar vinden we Bram, een 20-jarige Engelsman, ook op de fiets. Hij heeft zijn tent achter het centrum geplaatst en viel daarom buiten het zicht toen wij een geschikte locatie voor kamperen zochten. We maken kennis, hij is ook op weg naar het zuiden en we spreken af morgen samen op te fietsen. Bram laat zijn dronebeelden zien. Hij blijkt een uitstekend fotograaf en we zijn onder de indruk van zijn prachtige foto’s.

Na lekker geslapen te hebben, worden we wakker in een bevroren tent. We
zitten inmiddels ruim op 4100m hoogte en de nachten zijn koud. In ons
merinowollen ondergoed, met (ganzen)dons gevulde slaapzakken én luchtbedden,
op isolatiematjes, hebben we het echter comfortabel warm gehad. De volgende
dag staat de zon tegen 07.30 uur op de tent en zet de dooi snel in. Zo’n
anderhalf uur later kan de boel droog worden ingepakt. Het ontbijt bestaat
uit een opgewarmd pasta kliekje van gisteravond. Bram heeft hetzelfde ritueel uitgevoerd en met
zijn drieën fietsen we de volgende etappe.
Het is gezellig onderweg en we kunnen ons allemaal vinden in het gemiddelde
tempo. Dat is belangrijk, want niet in je eigen ritme fietsen is moordend.
Op hoogte fietsen kost veel energie en daarom kun je het beste de hele dag door eten, kleine snacks en drie fatsoenlijke maaltijden. Toffees, Oreo’s, tortilla wraps, bananen, cake, we knagen de hele dag door. We hopen vandaag een pas van 4845m te kunnen bedwingen. Daarmee fietsen we hoger dan de hoogste berg van Europa, de Mont Blanc, die ‘slechts’ tot 4805m reikt.
Op zoek naar een punt om water te filteren stuiten we op een verhoging waarop historische rotstekeningen zijn te bezichtigen.

De uitzichten zijn weer eens adembenemend overweldigend prachtig.
Wanneer het geluid van het eigen gehijg als een blaasbalg en het knerpen
van de banden wegvalt, valt op hoe stil het hier hoog in de bergen is.
We staan regelmatig stil om foto’s te nemen en om ons heen te kijken, en om
de ademhaling en hartslag weer onder controle te krijgen.
Wanneer na een lange klim ergens boven de 4700m de weg vals plat wordt, daarna een afdaling inzet, maar vervolgens weer stevig stijgt, blijkt de route naar de pas over twee toppen te gaan.
Op een punt met wel erg mooi uitzicht houden we halt voor een iets langere pauze en eten we een stuk cake. Bram laat zijn drone opstijgen voor het maken van foto’s.

Het is nog 15km tot de pas, de weg vouwt zich steeds in de verte om een volgende bocht, en bij het bereiken van de bocht volgt een soortgelijk tafereel.

Ergens stijgt stoom uit de aarde, er is sprake van geothermische activiteit.

Ook hier stoppen we regelmatig om goed om ons heen te kijken en naast de flinke inspanning te genieten van hoe waanzinnig mooi, verlaten en stil het hier is.

Aangekomen bij de pas heeft niemand het fatsoen gehad een bord te plaatsen, zodat
fietsers de gelegenheid krijgen een trotse foto te maken bij het bord
met daarop de overwonnen hoogte. Het loopt tegen vieren als we de ruim 30km afdaling
inzetten naar het dorpje Huallanca.
Het begint over een half verharde weg vol gaten, wat met onze banden de
snelheid er danig uithaalt.
Bram heeft een mountainbike, ruim 30 jaar voordeel en hij springt min of
meer over de gaten heen.
Gelukkig gaat de weg snel over in fatsoenlijk asfalt die met
haarspeldbochten naar beneden klapt het volgende dal in. Nu laten wij ook de
remmen los en suizen we naar beneden. Zo vliegen de kilometers wel
voorbij!
Huallanca
Van een blog van andere Nederlanders die twee jaar geleden deze route in tegengestelde richting hebben gefietst en zeer waardevolle informatie delen in hun blog, laten we ons inspireren voor een adresje voor een aangenaam hostel. We fietsen er regelrecht heen en het blijkt inderdaad een fijn hostel, ruime kamers met eigen badkamer én douche met heet water en een veilige gesloten parkeerplaats voor onze fietsen!
Na ons ontdaan te hebben van het stof en zweet onder een heerlijk warme
douche lopen we met zijn drieën het dorp in op zoek naar eten.
De lokale bevolking schuifelt ’s avonds in het licht van straatkarren en
winkeltjes door de verder onverlichte straten. In de frisse avondlucht,
groet iedereen elkaar (en ons), maakt een praatje en eet een hapje.
We vinden een Chifa en lopen naar binnen. We eten vaker bij Chifa’s. Het zijn restaurants met een fusion van de Chinese en Peruaanse keuken (al vragen wij ons vaak af wat dat vleugje Peruaans moet zijn). Het eten in Chifa’s is goedkoop en bijna altijd lekker. Niet verrassend kan gekozen worden uit noodles of gebakken rijst, met veel groentes en goed vlees, Dit in tegenstelling tot de standaard Peruaanse maaltijden in deze regionen die bestaan uit rijst, bonen of aardappels en kip - een achtste, een vierde, een halve of een hele kip. Geen kip is doorgaans geen optie, de frituur maakt overuren, en van zelfs een verdwaalde groente is meestal geen sprake.
Dus die noedels, groente en vlees doen het goed. Het is niet de beste Chifa die we hebben gehad, en het is fris binnen, maar na een dag fietsen is bijna alles lekker.
Na en voor het eten lopen we een aantal kleine winkeltjes af, tienda’s, om ons ontbijt te regelen. Doorgaans proberen we yogurt met muesli of broodjes met kaas of chocolade saus te vinden. De chocolade saus is eigenlijk bedoeld als taart versiering, maar doet het ook prima op brood. Soms kun je voor dezelfde prijs als een kleine auto een pot echte Nutella vinden, dus daarvan heeft Albert snel weten af te kicken.
Morgen gaat de route door de grotere plaats La Union en volgens de door ons gebruikte apps, zitten daar ook wat beter gesorteerde winkeltjes. Dat komt goed uit, morgenavond kamperen we weer.
Via La Union over de bergen naar Baños
De route naar La Union gaat bergafwaarts over een fatsoenlijke weg en is een stuk mooier dan we hadden verwacht.


Na een voor ons inmiddels erg gemakkelijke 30 km kunnen we constateren dat de op IOverlander vermelde wel bevoorraadde supermarkt helaas is omgebouwd tot een Mercado: een groente- en fruitmarkt.
Ook daar kunnen we inkopen doen, en we besluiten op zijn Hobbits een tweede ontbijt (of brunch) te doen om energie in te slaan voor de komende klim naar een hoogvlakte. Het is nog geen 11 uur als de maaltijd van rijst, patat en kip voor onze neuzen staat. We krijgen niet de hele maaltijd op en vragen om een doggybag, zodat we later op de dag de rest kunnen opeten. Dat is heel gewoon in Peru, niemand kijkt er raar van op.
De weg werkt zich in haarspeldbochten omhoog en de hellingspercentages overstijgen geregeld de 10%. Eenmaal boven strekt zich een vlakte uit met boerderijen, akkers en weilanden met paarden, Lama’s, alpaca’s en koeien. Het is een rare gewaarwording dat hier op meer dan 4000 m hoogte niet enkele mensen, maar hele samenlevingen wonen.
Het asfalt stopt bij de afslag die we nemen richting de volgende bergpas van 4140 m. De weg is in Bram’s onderkoelde Britse toon “a bit rough”, maar ook wij kunnen blijven fietsen. De weg stijgt geleidelijk maar stug door. Het lijkt alsof we door een dun bevolkt heuvellandschap fietsen met her en der een stenen muurtje en zeer eenvoudige huisjes van leem, soms steen, met rieten daken.


Zonder een verdere tussentijdse afdaling fietsen we over de pas en zetten daarna de afdaling in. Een motor met een echtpaar en kind komt ons tegemoet en stopt. De vrouw vuurt de gebruikelijke vragen op ons af waar gaan jullie naar toe? Waar kom je vandaan? Wat vindt je van Peru? Na een kort gesprekje in gebrekkig Spaans en een fotosessie met deze vriendelijke mensen, dalen we verder af naar het dorp. Het laatste stuk gaat steil naar beneden en de uit zand en keien bestaande weg eist alle aandacht om niet weg te glijden en scherpe stenen te ontwijken.

Eigenlijk wilden we vandaag kamperen, maar het land is hier verrassend veel gecultiveerd en afgerasterd met hekken. Af en toe verschijnt een open plekje, maar tenzij we in een hoek van 25 graden de nacht door willen brengen, hebben we daar weinig aan. We besluiten door te fietsen naar het dorpje Baños. Door de steile afdaling en de ligging in een relatief klein dal komt in gedachten op dat we ons begeven naar Een Gat.
De realiteit lijkt de gedachtengang op te pakken, het dorp oogt wat
troosteloos, net als de hostels waar we voorbij komen. We willen eigenlijk
voorkomen dat we te dicht in het centrum of aan de doorgaande weg komen te
zitten. Op die plekken gaat doorgaans het leven en bijbehorende herrie 24 uur per dag door en wij willen slapen.
In deze regionen is het hebben van een warme douche een item om te
reclameren, maar dat kan ook betekenen dat er een zonneboiler is die
gedurende de dag wordt opgewarmd en levert tot de voorraad strekt.
We steken een brug over en staan vertwijfeld te kijken naar een
etablissement dat mogelijk betere dagen heeft gekend, en wie weet er ook
nooit echt aantrekkelijk heeft uitgezien.
De juffrouw die de tienda runt onder het hostel komt
chagrijnig en weinig behulpzaam over. Op onze vraag of we eerst de kamers
mogen zien noemt ze knorrig alle kenmerken op en pas na aandringen, gaat ze
ons voor om een kamer te laten zien.
Op de binnenzijde van de deur van de kamer zijn drie vellen papier geplakt met alle geboden en
verboden, en de boetes die voor verschillende “vergrijpen” kunnen worden
toegepast. Deze zijn soms vreemd specifiek: het meenemen van lakens,
handdoeken, het kapot maken van de TV afstandbediening en het dupliceren van
een sleutel. Er hangt geen duplicaat-sleutel-detector, dus hoe deze
overtreding ontdekt moet worden is een raadsel. Speciale
vermelding is blijkbaar nodig voor de diverse soorten vlekken die gasten
zouden kunnen maken: bloed, frisdrank en iets wat zeker een eufomisme is:
“mancha en color del caballo”. Aangezien we op een mannen WC wel eens de
term caballo (paard, hengst) hebben zien staan, hebben we een idee waar
deze hengst-sap-vlekken over gaan…
Voor het stelen van de WC bril is geen regel nodig, die is er gewoon niet.
Kortom: basic, maar wel schoon. We besluiten toch maar te blijven.
Als we onze spullen op de kamer zetten, zien we dat we zoals heel vaak in Peru maar één handdoek hebben gekregen. In Peru is dat ook voor tweepersoonskamers heel erg gebruikelijk. Wel een hele WC rol, een enkele persoon had prima met de helft er van toegekund. Ons Spaans strekt zich inmiddels uit tot het vragen om een tweede handdoek, maar dezelfde knorrige juffrouw doet eerst of het heel normaal is dat je met twee personen een handdoek moet delen, en Albert krijgt vervolgens een oor vol over dat de tweede handdoek vooral niet gebruikt mag worden voor het dweilen van de vloer. Dus… De douche blijkt zowaar warm en daar stellen we ons maar mee tevreden.
Met zijn drieën lopen we naar het centrale plein om eten te kopen voor
morgen en een restaurant te zoeken. Het is koud en donker en we vinden alle
drie het dorp en ons hostel armetierig. Bram besluit eten te halen en het
op zijn kamer op te eten.
Wij zoeken naar een “restaurant”, maar dat valt nog niet mee. Niet dat de
keuze reuze is, maar het ziet er allemaal weinig aantrekkelijk uit. We
kiezen een klein benauwd hol waar de meeste dorpelingen ook zitten. De
mensen staren ons aan, in het bijzonder een bejaard stel in traditionele
kleding die tandenloos hun maaltijd consumeren.
.. en dan tot halt geroepen
Elma heeft geen honger en als het bord voor haar neus staat, komt daar
misselijkheid bij. De hele maaltijd verdwijnt in een doggybag voor morgen
als ontbijt.
Albert eet zijn bordje leeg (en mag met sokken aan in bed) en samen lopen we
terug naar het hostel. Nog niet goed en wel terug op de kamer loopt Elma
door naar het toilet om daar de laatste drie maaltijden te deponeren. Honds
beroerd rolt ze in bed met het vuilnisemmertje ernaast, voor het geval
dat…. Als s’nachts vervolgens Albert ook ziek wordt is de conclusie:
voedselvergiftiging.
De volgende ochtend is Elma iets opgeknapt en checkt bij Bram of hij ook ziek geworden is. Dat is gelukkig niet het geval en Bram start vandaag met de tweedaagse klim over de volgende berg richting het dorp Oyón. Oyón is volgens Internet bronnen een leuk dorp en bijna alle fietsers op de PGD pakken daar een paar dagen rust. Dat is ook ons plan. De voedselvergiftiging verhinderd echter enige activiteit anders dan een drafje naar het toilet.
Bram vertrekt en we spreken af elkaar in Oyón weer te treffen. Uit letterlijke ellende boeken we maar een nacht bij. Ons ontbreekt de energie om te kijken of we toch elders in het dorp beter af zouden zijn.
Na tot in de middag geslapen te hebben dringt het tot ons door dat morgen
fris op de fiets springen waarschijnlijk ook niet gaat gebeuren. Het
lichaam is dan wel herstelt van de vergiftiging, we hebben totaal geen
energie en pap in de benen. Zelfs traplopen vereist een pauze.
We besluiten vervoer te regelen naar Oyón. Elma gaat het vragen aan de
norse juffrouw en tot haar verbazing worden dorpsgenoten aangesproken,
rondgevraagd en na een uurtje is ze twee buskaartjes rijker voor morgenvroeg
6 uur naar Oyón, inclusief fietsen.
We pakken onze spullen in en verzamelen lege plastic flessen, die we vervolgens als stootkussens op de fietsen kunnen plakken. De dame van de buskaartjes heeft ons verzekerd dat de fietsen in de bus kunnen en er niet bovenop worden gelegd. Dus we prepareren de fietsen niet, maar houden voor de zekerheid wel plakband, lege flessen en een pedaalsleutel bij de hand. Daarna duiken we snel ons bed weer in.
minibus trip naar Oyón
Het goddeloze donkere tijdstip van 5.30 uur breekt aan, we voelen we ons gelukkig
veel beter en staan met ons hele hebben en houden buiten bij een
hoekwinkeltje, lees bushalte, in de kou te wachten. Langzaam verschijnen
andere passagiers met hun bagage. Een minibus voor 12 personen met een
bagagerek op het dak verschijnt en al snel wordt duidelijk dat de fietsen
nooit in die bus gaan passen.
In allerijl schroeven we trappers van de fiets en beplakken we zo goed en
kwaad als het gaat de kwetsbare delen van fietsen met stoot dempende
materialen. Het lijkt niet of we de tijd hebben om de vingers te kruisen.
In de tussentijd wordt het busje vol gepropt met mensen en wordt naar ons
gebaard dat we moeten wachten. Tot onze verbazing rijdt het busje weg.
De mensen om ons heen weten ons duidelijk te maken dat er blijkbaar nog een minibus komt. Tijd verstrijkt en inderdaad verschijnt er nog een minibus. De chauffeur en zijn hulpje hebben in no time onze bagage, behalve de fietsen, op het dak geplaatst en rijden vervolgens doodleuk naar het plein 100 m verderop. Of wij even met de fietsen en de rest van onze bagage die kant op lopen… Geen idee waarom. We besluiten het heft meer in eigen handen te nemen, Elma op het dak en Albert geeft de fietsen aan. Elma houdt in de gaten dat er geen kwetsbare onderdelen van de fietsen onder spanning komen te staan en geeft aanwijzingen. De Peruanen vinden het maar raar, zo’n bemoeizuchtig type, maar ze hebben al snel door dat wegsturen geen zin heeft en blijven vriendelijk.
Eindelijk op weg hobbelen langzaam over de slechte wegen via een aantal zeer kleine dorpen (verzameling huizen) om her en der nog wat mensen op te pikken.
Daarna klimmen we het dal uit en tot onze verrassing volgen we dezelfde weg die wij in twee dagen zouden gaan fietsen. Zo zien we toch alle uitzichten en landschappen en dat maakt veel goed. We maken foto’s door de ramen en kijken onze ogen uit.
De rest van
de passagiers schakelt zichzelf uit en weet te slapen (hoe ze dat doen met dit gehobbel is ons een
raadsel), of kijkt slechte soaps op hun telefoon.
Onder het gejengel van wat lokale muziek hobbelen we langzaam over…
Wacht, normaal gesproken zou je zeggen: over een prachtige weg, maar hier is
toch nadere specificering nodig: de weg is beroerd, de omgeving prachtig.


We stijgen langs een serie steeds hoger liggende meren, onderling verbonden door watervallen. In een van de meren lijkt een viskwekerij te zitten. Verse vis van boven de 4000 m !
We halen maar liefst vier fietsers in, waaronder Bram. Hij ligt goed op schema en we schatten in dat we hem vanavond in Oyón weer zullen treffen. De route naar Oyón gaat over een bergpas van 4700 m en op de top van de berg is een grote mijn aangelegd. De mijn is in Chineze handen, zoals vele andere in dit land (en elders), en is zowel lelijk als fascinerend om te zien. Op weg naar de top moet onze minivan een half uurtje wachten, omdat er traag werkverkeer langs moet en kunnen wij even de benen strekken. We zijn al enkele uren onderweg en een andere passagier heeft de moed bij elkaar geschraapt om ons te vragen waar we vandaan komen: Holanda (nee ! Países Bajos). In het komende half uurtje in de bus horen we hoe iedereen om ons heen elkaar vertelt waar we vandaan komen en dat we (bijna) alles op de fiets afleggen.
Oyón
Vijf kilometer voor Oyón komen we een politiecontrole tegen. Die zijn er veel in Peru en de Peruvianen zuchten gelaten. Papieren van de chauffeur worden gecheckt en er lijkt een probleem te zijn. Welk probleem wordt ons niet duidelijk maar de “oplossing” wel. Ons wordt duidelijk gemaakt dat Oyón nog naar een klein eindje is en dat die best op de fiets kan worden afgelegd, de fietsen gaan van het dak. Wij zijn enigszins verbolgen dat we ook nog eens niet op de afgesproken locatie worden gedumpt.
Net als we willen vertrekken rolt er een Franse fietser langs. Hij stopt voor een praatje. Het is halverwege de dag inmiddels en hij is op weg naar boven, richting de mijn. Zijn fiets is licht bepakt ( ongeveer een kwart van wat wij aan de fiets hebben hangen) maar zijn banden zijn opvallend smal, veel smaller dan de onze. We vragen of dat wel gaat en hij laat weten dat het geen problemen geeft. Hij hoort bij de zogeheten bikepackers, fietsers die met heel weinig bagage (de PGD) in een zo kort mogelijke tijd, met zoveel mogelijk kilo- en hoogtemeters per dag afleggen. Zij beulen zich daarbij af. Wij doen dat anders. Wij beulen ons af in meer tijd onder het genot van meer kilo’s en luxe. Zo’n kampeerstoeltje op 4300 m is toch fijn !
Het is inderdaad nog maar 5km naar het dorp, maar het blijkt al snel dat onze lichamen en spieren nog niet helemaal genoeg hersteld zijn. Het laatste stuk is best steil, maar we halen het tot hostel Los Andos, waar meer fietsers zijn geweest.
Het hostel is gevestigd in een historisch pand met vrolijk beplante binnentuin en ademt rust. De eigenaresse is heel vriendelijk en behulpzaam en wij hopen hierdoor de episode Baños snel achter ons te kunnen laten.

Bram heeft nadat we gedoucht hebben, inmiddels ook hetzelfde hostel gevonden en groet ons blij, maar hongerig.
Oyón is een merkwaardig dorp: er zijn wat “westerse” voorzieningen zoals pizzeria’s en hamburgertenten (wel Peruaanse stijl), er is weliswaar een plein, maar centraal in het dorp bevindt zich een groot verdiept voetbalveld. Buiten de winkels staan door Japan afgedankte analoge gok- en spelmachines. Een winkel heeft ook een curieuze collectie Koreaans en Japans ogende producten. Het kan Chinees zijn (mijnen), maar lijkt meer Japans. Misschien dat de Peruanen dat door elkaar halen ?
Iedereen groet ons vriendelijk en zeker de meisjes van een jaar of 14 proberen in het Engels met ons te praten. Na de vraag What is your name? start standaard een giechelbui en eindigt het “gesprek”. We blijven hier drie nachten en elke dag komen er meer fietsers bij. Op de dag van vertrek staan er negen fietsen in de binnentuin.
Na drie nachten bijslapen verlaten we Oyon met zijn vieren, Jan een Nederlander die in Ecuador heeft gewoond en nu op de fiets op weg is naar vrienden in Argentinië heeft zich bij ons aangesloten.

Alternatieve route door het lawine afval
Er zijn twee routes uit Oyon richting het zuiden. De originele PGD en een variatie daarop. Na circa 150 kilometer voegen de beide routes zich weer samen. Het grote verschil tussen de originele route en de variant is het aantal hoogtemeters. Het origineel gaat over twee passen. Na de eerste klapt de route ruim 2000 m naar beneden, om daarna over een pas van 4960 m te gaan. De variant zou de helft van de hoogtemeters moeten hebben, en gaat uiteindelijk over een enkele pas van “slechts” 4825 m.
Na lang dubben besluiten wij de variant te doen. Jan sluit zich daarbij aan en Bram gaat voor de originele route. In blogs van anderen hadden we al wel gelezen dat de eerste 17 km vanuit Oyon een verschrikkelijke weg moest zijn om te fietsen en de eerste 10 km is voor beide routes hetzelfde. Direct buiten Oyon begint de klim. De weg is half verhard en kent veel kuilen. Sommige stukken zijn behoorlijk steil, Bram en Elma stappen een paar keer af om de fiets te duwen.
Met alle waarschuwingen vooraf zeggen we tegen elkaar dat het eigenlijk nog best mee valt. Vlak voor de afslag naar de originele route houdt Jan het voor gezien, herstellende van een longontsteking voelt hij zich toch niet fit genoeg en hij gaat op zoek naar vervangend vervoer.
Op de kruising nemen we tevens tijdelijk afscheid van Bram en vervolgen we onze weg over de variant. We gaan een brug over die voor autoverkeer is gebarricadeerd. Na de brug wordt de weg slecht, echt slecht. De weg wordt gereduceerd tot een pad bestaande uit een laag keien en los grind.

Fietsen is zwaar en van tijd tot tijd onmogelijk. De rest van de dag hebben we nodig om 7 km af te leggen, ook een record.

We hebben geen idee wat de originele route te bieden heeft, zou die ook zo slecht zijn? Af en toe zwaar uithijgend bevinden we ons wel weer in een onwerkelijk mooi landschap.
Halverwege komt ons een Zwitserse 4x4 camper tegemoet en we waarschuwen hen dat ze de brug niet kunnen passeren. Zij rijden toch naar de brug om te achterhalen of ze er eventueel door de rivier naast de brug kunnen rijden. Ze keren onverrichter zaken terug en passeren ons opnieuw. Wij zijn intussen doodop en komen weinig vooruit. Elma vraagt de Zwitsers om een lift naar de top, maar na onderzoek is er echt geen plek genoeg in en op de Landcruiser. Wel zijn ze zo lief om ons water bij te vullen.
We ploeteren verder en uiteindelijk wordt het pad wat breder en verschijnen er min of meer vlakke weides langs de weg, ideaal voor het opzetten van onze tent. We zijn nog 8 km van de top verwijderd en uitgeput besluiten onze tent op te zetten.

Een zeer korte wandeling naar de top van een bult geeft een spectaculair 360 graden uitzicht. Het licht van de late namiddag speelt over de bergflanken en valleien en veroorzaakt een schakering aan kleuren en contrasten, een waterval voedt een flonkerende rivier die al kronkelend bergafwaarts voert.

We koken ons potje en na het eten, vlak voor de zon ondergaat, ongeveer 18.30 uur, vallen we vermoeid in bed.
De volgende dag twijfelen we even: over de slechte weg terug beneden naar Oyón, of 8,5 km doorzwoegen naar de top? We kiezen voor het laatste en tot onze grote opluchting wordt het wegdek iets beter, waardoor we op kunnen stappen en fietsen. De dikke lagen losse stenen komen nog sporadisch voor.
De weg stijgt licht, en op 4400 m komen we zowaar langs een eenzame
boerderij die al van ver af op valt door het felgekleurde dak. Verder was er
sinds Oyón geen echt teken van menselijke bewoning.
Wat een bijzonder leven moeten deze mensen leiden: wel extreem rustig. Hier kun je
rustig nog eens luidkeels vals zingend volhouden dat een tweede carrière op
het podium nog in het verschiet zit. Geen buren die klagen, hooguit dumpt
een berg ontstemd een lawine op je dak. We vragen ons
af hoe koud het hier kan worden, maar mogelijk deert het deze mensen niet,
de ramen staan wagenwijd open.
We hebben de gelegenheid om af en toe het oog van de weg af te laten dwalen
en de omgeving in te drinken. Door de vallei beneden kronkelt een
riviertje, gevoed door een waterval uit de met sneeuw bedekte bergen en zij
stroompjes. Om ons heen torenen de bergen zich nog hoger op. Onze weg
verdwijnt in de verte in de bergen.
Uit een van de zijstroompjes filteren we water om onze voorraad aan te vullen.

Doordat we maar weinig in hoogtemeters zijn opgeschoten brengen de laatste 3 km ons bij De Muur: het wordt errug steil. Ter vergroting van de uitdaging verandert de weg weer terug in de verzameling lawine afval van keien en stenen. De wielen krijgen geen grip meer en ook lopende met de fiets slippen de schoenen weg. We kiezen voor een strategie waarbij we met zijn tweeën een fiets een stuk omhoog duwen, daarna naar beneden, en de volgende fiets duwen. Ineens wordt de weg een stuk breder en bestaat deze uit goed fietsbare gravel. Hij gaat wel met erg steile haarspeldbochten verder omhoog. Waakzame vicuña’s slaan ons gade, slaken kreetjes en vluchten weg, om verderop weer te gaan grazen.
En dan komt de verlossing: de kromming van de weg gaat naar vlak en dan naar dalend. Bovenop de top heeft men het fatsoen gehad om deze keer wel een bord te plaatsen. Hoewel deze blijkbaar uit zijn sokkels is geblazen.
Het beklimmen van een top brengt altijd een scheutje afwachtende spanning mee: benieuwd wat we nu gaan zien. Vanaf de top strekt het landschap zich tot de horizon uit met een brede vallei omringd door kantige hoge bergpieken. De weg slingert zich hier doorheen naar de verte. Met het gevaar in herhaling te vallen: wat een weergaloos uitzicht weer.
Met trillende been- en armspieren en gepaste trots dat we hebben doorgezet en het hebben gehaald zoeken we een plekje uit de kille wind om een lunch te eten. We horen wederom het geluid van een drone, gevolgd door die van een automotor. Een blinkende SUV komt naar boven, waaruit een luchtig in T-shirt gekleed stel stapt. Wederom Zwitsers. Ook hen vertellen we dat de weg is geblokkeerd. We vragen hen om een foto van onze vermoeide koppen, de fietsen en het bord te maken.
Al snel komen ook deze Zwitsers weer terug, ze zijn niet eens verder gereden dan de bak stenen en keien om de hoek en hebben besloten eieren voor hun geld te kiezen en een dag (of twee) terug te rijden. En dan hebben ze het ergste van de route nog niet gezien.
Door de vallei naar het meer
Wij zetten een 300 m afdaling in, de weg is van redelijke kwaliteit gravel, hoewel het af en toe opletten is geblazen vanwege een verdekt opgestelde scherpe steen.
De frustratie van de klim is snel vergeten en gemoedelijk dalen we af naar
de hoogvlakte. We fietsen nog altijd op circa 4300 m.
Op de vloer van de vallei pakken we een golvende weg op. Grazende alpaca’s
houden ons nauwgezet in de gaten, en ook hier vluchten af en toe vicuña’s
weg.

Elk boertje heeft hier zijn veldje afgezet, inclusief een gammel hekje dat over de weg staat. Een keer is dat nog bijna schattig, maar na de veertigste keer stoppen, afstappen, hekje lospeuteren en weer achter je dicht doen, begint toch het gevoel op te komen om hier nog eens langs te komen met een vrachtwagen vol wildroosters.

Een vrachtwagenchauffeur beladen met stammen hout wappert met een hand en roept “Oy Gringo” om daarna iets in een soort smeuiig Quechua-Spaans te ratelen waar we geen vat op krijgen. De man gebruikt daarna niet andere woorden, maar blijft dezelfde zinnen herhalen waaruit wij Oyón denken op te pikken. We proberen hem duidelijk te maken dat de weg is gebarricadeerd, maar weten wij veel, misschien vroeg hij wel de route naar de dichtsbijzijnde parfumwinkel. Hij bedankt ons in elk geval voor het antwoord en vervolgd zijn weg.
Op IOverlander hebben we gezien dat er kampeerplekken zijn aan een groot
meer verderop. Het blijkt een vrij groot mooi gelegen meer te zijn waar we even in onze ogen wrijven,
maar dan toch blijkt dat we het goed zien: flamingo’s !
Ach ja, na vis kwekerijen op hoogte, waarom geen flamingo’s op 4300 m waar het ’s nachts vriest.

We vinden een kleine heuvel langs de weg en kunnen er iets verscholen achter begroeiing onze tent opzetten. Op basis van de hoeveelheid afval wordt er vaker gekampeerd hier. We zetten de tent op en koken ons avondeten. De plek is mooi, het uitzicht nog mooier, het eten smaakt goed, er is verder niemand en wij genieten.

We slapen goed en de volgende dag blijkt onze tent niet zo erg bevroren als
de vorige nacht.
De zon staat al vroeg op de tent en na het ontbijt kan alles droog worden ingepakt.
We ontbijten in alle rust en kijken nog eens om ons heen en genieten van de rust en het uitzicht.

We fietsen nog zo’n 27 km op de niet zo vlakke hoogvlakte en ook vandaag zijn er vele hekken die open en weer dicht moeten worden gedaan.
Op circa 13 km van de kampeerplek zou een kleine nederzetting liggen waar tevens een kleine tienda moet zijn, die “alles aanbiedt wat je onderweg nodig hebt”, aldus IOverlander.
Aangekomen bij de zeer kleine nederzetting stappen we af. Er komt een meneer op een motor ons tegemoet en
we vragen hem in het Spaans waar we de tienda kunnen vinden. Hij wijst naar
een klederdracht gestoken vrouwtje dat langzaam naar een groen gebouwtje
schuifelt. Haar moeten we achterna.
Na het inmiddels vertrouwde beperkte gesprekje (waar vandaan/gestart/heen)
rijden we naar het eenvoudige gebouwtje en lopen we de schemerige ruimte in.
Het blijkt inderdaad een piepkleine, volgepakte tienda te zijn. Het oude
vrouwtje duikt op uit een achterkamertje. Het “alles” blijkt een wat
optimistisch met poëtische vrijheid gecomponeerde vermelding, maar na wat
rondkijken selecteren we uiteindelijk vier liter drinkwater, twee
gatorate sportdranken en een zak broodjes.

Het landschap doet denken aan een extreem uitvergroot uitgestrekt duingebied en aan onze rechterhand verschijnt een verticaal staande stenen formatie. Het is een uitloper van het Bosque de Piedras, een “toeristische” trekpleister. Mooi is het zeker en we stoppen van tijd tot tijd voor een foto.
De hele dag is het al bewolkt en daar begint nu regen uit te vallen. Gelukkig hebben we in al onze bagage een regenjas, regenbroek, overschoenen en handschoenen. Aldus getooid voltooien we de 27 km tot een asfaltweg: de PE 20.
Op deze kruising bevindt zich ook een dorp en we besluiten een restaurant te zoeken voor de lunch. We hebben inmiddels door dat je moet gaan eten bij het restaurant waar de meeste vrachtwagens voor staan. Chauffeurs weten wat lekker eten is! Zo gezegd zo gedaan en als we het restaurant waar vijf vrachtwagens voorstaan zien lopen we enigzins druipend en verkleumd naar binnen. Een blik op de borden met eten van de chauffeurs leert dat het er goed uitziet.
We gaan zitten en bestellen wat ‘zij daar’ ook hebben. We mogen de vleessoort nog kiezen: kip of alpaca. Mmmm, alpaca maar es proberen dan ? De lunch in eenvoudige restaurants in Peru bestaat altijd uit soep vooraf, gevolgd door een hoofdgerecht en voorzien van een liter drank. De drank is vaak vruchtensap, limonade of thee. Hier is het warme limonade, best lekker. De soep is heerlijk en warm.
Het hoofdgerecht komt en we kijken beide ietsje beteuterd. Op het
bord liggen twee grote gekookte aardappelen (beetje droog), rijst, twee stukken Alpaca en wat rauwe
uienringen. Het lijkt niet op de borden noedels en groente die wij richting
de chauffeurs zagen gaan, helaas.
Volgende keer toch maar gewoon opstaan en op het bedoelde bord wijzen zodat
er geen misverstanden over kunnen ontstaan.
We eten ons bord alsnog zo goed als leeg, het Alpacavlees is gedroogd en gezouten, daarna weer op de gril gegooid.
Het smaakt niet slecht (voor gezouten vlees), maar komt niet op het lijstje favorieten.
Als toetje wordt nog een geleipuddinkje gebracht en daarna kunnen we in elk
geval met een volle maag verder.
Helaas is het weer niet opgeknapt en we houden onze regenpakken en handschoenen aan. Het asfalt fietst een stuk makkelijk dan de gravel en keien van de afgelopen dagen en we schieten lekker op. Aan onze rechterhand hebben we nog altijd de opvallende rotsformaties en we blijven foto’s maken.


Via Bosque de Piedras naar Huayllay
In het volgende dorp blijkt een heus bezoekerscentrum voor de formatie te zijn gebouwd. Op de parkeerplaats hiervan maken we nog een paar foto’s en worden we aangesproken door vier mannen op motoren. Zij zijn vanuit Lima hierheen gereden voor een bezoekje aan het park. Ze vinden ons stoer en beetje gek. Na een gezamenlijke fotosessie vertrekken zij weer naar Lima en wij naar het dorp Huayllay, waar we willen overnachten.
Huayllay ligt wat hoger, maar de klim van een paar kilometer is prima te doen.
Het regent nog steeds en het is koud. De hoofdstraat is een rommelige modderpoel,
maar deze keer lijk de weg te worden vernieuwd, we zijn nog even te vroeg.
Het dorp zelf bestaat uit een serie knetter steile straatjes.
Het tijdens het schuilen als eerste keuze geselecteerde hotel is verstoken van iemand die klanten te woord wil staan. Aan het aangeplakte telefoonnummer hebben we niets: onze SIM kaarten zijn data-only. Ons Spaans reikt wel zover dat we om een kamer zouden kunnen vragen, maar dan nog. We houden een voorbijganger aan, die voor ons hardnekkig klopt op een nabijgelegen deur, waar uiteindelijk een raampje open gaat, de hostel medewerkster is gelokaliseerd. Voor de fietsen is geen plaats in de garage, die ligt momenteel vol met bouw materiaal. Na een korte blik op de Internet reviews slaan het door de dame geadviseerde alternatief maar over (verschrikkelijk, slechte service, chagrijnige uitbaters en geen warme douche).
Inmiddels zijn we ruim een uur in dit dorp en verkleumd tot op het bot en
heeft de regen plaatsgemaakt voor hagel.
Het duurste hotel van het dorp dan maar ? Het krijgt in elk geval goeie
reviews. We haasten ons naar binnen, worden hartelijk ontvangen,
en duur valt nog mee: kosten 70 soles per nacht, of te wel €17,50. Prima! De
fietsen kunnen in de wasruimte naast de wasmachine. Prima 2 !
En na, jazeker, een heerlijk warme douche voelen we ons weer een beetje mens en eten een stuk taart bij de naastgelegen Pasteleria (taart winkel). We wilden er eigenlijk een kop koffie bij, maar dat kon niet meer want de keuken (!) was al dicht…. We kopen bij wijze van avondeten empanadas: deeg broodjes gevuld met gekruid vlees en ui. Deze smaken goed.
We gaan vroeg naar bed, maar slapen wil niet best lukken. Het bed is smal
waardoor we elkaar wakker maken en de dekens zijn zwaar waardoor ze van het
bed zakken. In de bergen is het heel normaal dat je op je bed vijf wollen
dekens vindt met een dun laken eronder om het gekriebel tegen te gaan.
Halverwege de nacht gaat Elma in haar slaapzak liggen, om een eind te maken
aan de bikkelen om beddegoed.

Een moeilijke beslissing
De volgende dag komen we geradbraakt uit bed. Het is nog steeds
onaangenaam koud en er is geen verwarming in het hotel (buiten
Quilotoa in Ecuador hebben we die luxe ook niet weer gezien).
Met onze fiets- en donsjassen aan ontbijten we in de kamer.
Als Elma wil gaan douchen (koud) komt ze zichzelf in de spiegel tegen.
Afgevallen, moe, koud: heb ik hier wel zin in ? Het antwoord is volmondig: nee.
We zijn allebei verdrietig maar nemen toch het besluit dat we het
anders gaan doen. De natuur op de PGD is overweldigend, en we vinden het
leuk om samen te fietsen met Bram, maar het vooruitzicht dat de balans
afzien/genieten de verkeerde kant op kan vallen schrikt ons af.
De PGD was zeker de moeite waard, maar is voor ons een onderdeel van een
langere reis waar we nog zoveel meer moois verwachten te doen en te zien.
We gaan een route zoeken die minder extreem op en neer gaat, niet zo lang
ruim boven de 4000 meter blijft en hopelijk iets minder slecht wegdek kent.
Daarnaast hadden we in het begin van Peru al onze twijfels of we dit grote
land wel binnen de visumgrens van 90 dagen kunnen doorkruisen. Ergens verwachten
we dat we een stuk moeten “smokkelen” via een lift met gemotoriseerd
vervoer.
Na het lezen van ervaringen van anderen en het loeren op kaarten, StreetView enz valt de keuze op een van de hoofdwegen in Peru: de PE-3S. Dat klinkt als een variant op de PanAm (de PE-1), maar in de praktijk is de PE-3S op veel plaatsen een rustige weg, niet breder dan een auto, en mooi qua route en natuur. Tot voorbij de grote stad Huancayo is de weg niet heel enerverend, en belangrijker, op plekken te gevaarlijk om te fietsen.
We nemen daarom een drastisch besluit.
We boeken plaats voor ons, de fietsen en de bagage in een minivan van
Huayllay naar Huancayo. Daar blijven we een paar nachten om de tweede
sprong te maken richting Ayachucho. Zo doen we 475 km van de route met de
bus en winnen we circa tien (fiets+rust)dagen die we elders kunnen
spenderen.
Met hulp van de aardige baliemedewerkster van het hotel regelen we in een kantoortje aan de overkant tickets voor de minivan de volgende ochtend. De fiets op/in een bus/auto vervoeren blijft een hoop stress, maar we hopen in dit geval andere stress te voorkomen.

We weten nu al dat de fietsen toch op het dak moeten, dus gebruiken we de dag
om verpakkingsmateriaal te verzamelen om onze fietsen zo goed mogelijk te
beschermen tegen schade: piepschuim blokken van de bouwvakkers die het hotel
“optoppen”, een extra rol plakband, inpakfolie, karton, plastic flessen als
stootkussens. Pedalen van de fiets en de fiets beplakken met
beschermingsmateriaal.
Nu maar hopen dat er ook inderdaad morgen een minivan met imperial
verschijnt en dat niet alle twaalf passagiers hutkoffers meebrengen.
In de Pastelaria zoeken we troost in de vorm van taart, en vragen of er nu wel koffie is. Zowaar: de keuken is open. De taart verschijnt en een goeie 10 minuten krijgen we twee bekers warm water waarin een soort theezakje drijft, met koffie. Wat de culinaire afhankelijk is ontgaat ons, maar de koffie smaakt naar koffie en is zeer goedkoop, vooruit maar weer.
Ondanks het verdelen van dekens wil de slaap niet echt wat worden, de spanning over het vervoer van de fiets blijft hangen. Iedereen is aardig en behulpzaam, maar niet altijd voorzichtig met je spullen.
Op aanraden van het ticket kantoortje staan we de volgende morgen vroeg klaar. Toch leuk als je Noord Europeanen daar weer in kunt laten trappen: De bus vertrekt om 7.30 uur en zou een half uur voor tijd moeten verschijnen. Na het nodige wachten verschijnt een busje, maar nee, niet voor ons.
Tegen 7.45 uur verschijnt dan toch een twaalf persoons minivan met imperial.
Onze tassen gaan als eerste bovenop, dan die van andere passagiers en
tenslotte onze fietsen. Andere passagiers helpen zo goed en kwaad als het
gaat mee.
Een kleine herhaling van zetten: Elma klimt bovenop en helpt de chauffeur
met pakken, de chauffeur zegt dat het niet nodig is, maar heeft na verloop
van tijd door dat het beter is deze buitenlander maar te accepteren als
hulpje. Onze spanbanden worden op aanwijzingen vast gemaakt:
Nee, niet om de aandrijfriem/remklauw/kabel/enz. Vriendelijk blijven lachen
en aanwijzen.
De weg naar Huancayo gaat in eerste instantie terug naar de kruising waar wij een dag eerder het asfalt opgedraaid zijn. Het is nu mooi weer en de stenen formaties van Bosque de Piedras zijn zo extra indrukwekkend.

Op de kruising draaien we de PE-3 op. De weg is hier druk en heeft geen vluchtstrook, Langs de hele weg liggen mijnen en er is mede daardoor veel vrachtverkeer. Hij gaat ook lange rechte stukken door minder enerverend landschap. Wij zijn heel blij dat we niet fietsen hier.
Huancayo
Op een korte plaspauze na kachelt het busje rustig naar Huancayo. Ongeveer 1 km voor ons hostel stopt het busje voor hun eigen kantoor. Wederom zijn de andere passagiers zeer behulpzaam en in een mum van tijd staat alle bagage inclusief fietsen weer op straat. We assembleren alles weer en nemen het verpakkingsmateriaal mee voor stap 2 over twee dagen.
We merken direct dat het fietsen op 3250 m gemakkelijker gaat, dan op de 4300 m waar we vanmorgen vertrokken. En het is hier zonnig en lekker warm. We hebben het gevoel dat het verschil op onze fysieke en mentale staat te merken is.

Het hostel van de gastvrije señor Victor en zijn vrouw is gevestigd in een
goed onderhouden historisch pand met gepolijste houten vloeren en een open
patio in het midden vol planten, en voelt als een oase van rust in een toch
wel hectische stad.
De kamer is prachtig en de fietsen kunnen veilig op de patio staan.
Victor is een hartelijke man en begaan met de vroege geschiedenis van zijn
land. Hij laat ons de muziek horen die volgens de overlevering nog dateert
van vóór de Inca overheersing.
We lopen de stad in en verbazen ons over het feit hoe blij we zijn met het grote aanbod in eten en drinken, de goed bevoorraadde supermarkten, lekker “westers” ;-). s’ Avonds eten we bij de Chifa tegenover het hostel. Het eten is lekker: goed rundvlees en veel groente. Dat scheelt zoeken, eten we gewoon morgen hier weer!
We boeken een nacht bij om de opnieuw ervaren rust vast te houden, de blog bij te werken, even naar Nederland te bellen, de fietsen te poetsen en te controleren, de was te laten doen, de stad bekijken, te pinnen, en vooral goed te eten! Nou ja, dat en ijsjes en kaas te snacken.
We besluiten vervoer te regelen tot Huanta, deze plaats ligt 45 km vóór Ayachucho en het lijkt ons een goed begin om vanaf daar naar Cusco te fietsen.
Met de ervaring in Trujillo qua regelen van vervoer via de App InDrive
verwachten we hier in de derde grootste stad van Peru ook iets te kunnen
regelen. Als we echter de vraag uitzetten op de App blijft het akelig stil,
we krijgen we geen enkele respons. Ook niet als we het bedrag aardig
verhogen.
Paniek! Wat nu? We vragen Victor en zijn vrouw om advies. Zij bellen wat
rond en vinden een bekende bereid ons met onze fietsen naar Huanta te
brengen. Gelukkig!
Op aanraden van Victor gaan we de laatste avond bij de Argentijnse Pizzaria om de hoek eten. We bestellen er een karaf warme rode wijn bij. De wijn is de eerste alcohol in weken en smaakt naar goeie glühwein, lekker!
Vrijdagmorgen komt een SUV voorrijden met een imperial op dak. Inmiddels goed geoefend hebben we onze fietsen alweer voorbereid met piepschuim en lege flessen. Met vereende krachten zekeren we alles op het dak. De tassen gaan achterin en vamos, op naar Huanta, op naar het volgende fiets avontuur.
Foto’s
[door op de eerste foto te klikken, kun je doorklikken links/rechts naar de andere foto’s]























































